Ging u ook naar het CAS? (geheimtaal)

CAS

Tekenles, de Carpentier Alting Stichting te Batavia, circa 1925 (KITLV Media Library/Creative Commons)

Elke keer als het gebeurt, voel ik een vonkje van vreugde. Iemand zegt dan: “Vroeger zat ik op het CAS.” Het is een kort zinnetje, maar het staat vol van emotie. Trots. Heimwee. En ik weet wat ik moet zeggen: “O, op die school zat Hella Haasse ook.”

Ingewijden

Dat hoort, zo’n antwoord. Zeker in deze tijd, waarin er steeds minder ruimte lijkt te zijn voor positieve herinneringen aan Indië. Er ontstaat een soort geheimtaal op sommige momenten. Want als je het hebt over het CAS, dan weten alleen de ingewijden waar het over gaat. Wist u het ook?

Batavia

Natuurlijk, het was de Carpentier Alting School in Batavia. Het was een van de betere scholen van Indië, al gaven de Ursulinen ook uitstekend les. Maar het CAS was misschien wel de deftigste school. Er zijn nog genoeg mensen in Nederland die erover kunnen vertellen, al is het de vraag of ze dat durven. Onder elkaar, ja, natuurlijk. Maar aan de doorsnee Hollandsche medemens of zomaar op Facebook?
Achter alle verhalen over het CAS staat een ander verhaal, dat ook al positief is. Dat verhaal gaat over dominee A.S. (Albert Samuel) Carpentier Alting (1837-1915), in leven vrijmetselaar te Batavia. Om precies te zijn: de voorzitter van de Orde van Vrijmetselaren in Batavia. Met dit feit weet iedereen meteen: een man met een hart en een visie. In 1902 richtte hij met de loge een Hoogere Burgerschool (HBS) op voor meisjes, daarna kwamen er meer scholen. Later vielen deze onder de Carpentier Alting Stichting, kortweg CAS.
Den Haag kent een Altingstraat, waarvan ik hoop dat het een andere Alting is. Anders is het te anoniemerig afgekort. Noem zijn naam voluit, zodat een eerbetoon beleefd is.

Moedig

Ik ga nog even terug naar dat 1902, om dan een middelbare school voor meisjes op te willen richten. Dat is heel vroeg en heel modern. Wilhelmina is een jonge vrouw voor in de twintig, vrouwen hebben geen stemrecht en zijn in de huwelijkswetgeving ondergeschikt aan hun man, de samenleving is doortrokken van het christendom dat een vrouw vooral als echtgenote en moeder ziet, en dan vindt déze dominee dat jonge meisjes toegang moeten hebben tot een opleiding. Wat een man. De moed om tegen de stroom in te roeien.
Het CAS groeide uit tot iets groots, en dat heeft de dominee niet helemaal meer mee mogen maken. Hij stierf in 1915, middenin de Eerste Wereldoorlog, in Den Haag. Volgens zijn wens werd hij gecremeerd op begraafplaats Westerveld; cremeren was toen modern. Wat een heerlijke eigenzinnige man, tot op het laatst. Ja, zulke verhalen moeten ook verteld worden over het koloniale verleden.

Was u ook op school in Indië of kent u de verhalen van uw ouders? Schrijf het op. Dan bewaart u de herinneringen voor de toekomst.


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

CAS

Kitty Kommer: Hier heb ik vroeger nooit over gesproken

kampkind

Kitty aan de rechterbuitenste rij, met een wijde rok aan.

Kitty Kommer is 76 jaar, ze doet aan fitness, lacht veel en en van binnen is ze een kampkind. “Mijn moeder zat net in Kampili toen ik werd geboren.”

Dit zijn de levensverhalen waar het om gaat. Hoe oorlog doorgaat in mensen, hoe dat voelt en wat de herinneringen zijn. Voor Nederland is de oorlog in Indië nu een onderzoek naar oorlogsmisdaden. En al die gewone mensen dan, die de oorlog nog meedragen?

“In Centrum ’45 heb ik geleerd erover te praten,” zegt Kitty Kommer. Dat kan ze ook. Ze benoemt duidelijk en precies ervaringen en gevoelens.

Baleh baleh

“Ik ben de tweede van vier kinderen, en mijn moeder zat net in Kampili (Celebes) toen ik werd geboren. Ze vond het vreselijk dat ze me alleen moest achterlaten in een barak van bananenbladeren. Dan lag ik op zo’n baleh baleh en af en toe kreeg ik van iemand die langs wandelde wat rijstwater te drinken. Ook daardoor sukkel ik nog steeds met mijn gezondheid. De eerste drie-en-half jaar van mijn leven heb ik in het kamp doorgebracht.”

Dan hoop je tegen beter weten nog op een positief vervolg.

Makassar

Kitty: “In november 1945 zaten we nog in het kamp. Het werd nu bewaakt door de Japanners omdat we als Nederlanders buiten het kamp niet zeker waren. Mijn vader kwam ons halen. Ik weet nog dat ik bang van hem was, gek heb ik dat altijd gevonden.
Ons huis in Makassar was helemaal kapot geschoten, althans het had heel veel kogelgaten. We werden verplicht met Engelsen voor een tijdje daar te wonen tot de laatsten vertrokken. Hier houdt mijn herinnering op.”

Dat was de Bersiap. Wie er iets van weet, begrijpt dat herinneringen met een reden kunnen ophouden.

CAS

Het gezin bleef in Indonesië vanwege de goede betrekking die Kitty’s vader had. Na een half jaar verlof keerden ze terug naar Djakarta, waar Kitty naar school ging: naar het CAS (Carpentier Alting Stichting).

Er zijn vrolijke foto’s van. Eentje staat helemaal bovenaan.

Kitty rechtsvooraan, in een lichte jurk

Schoolfuiven

Kitty: “Ik heb er fijne herinneringen aan. Omdat daar geen MMS was hebben mijn oudste zus en ik tot de 3e klas de HBS-A gevolgd. Veel aan sport gedaan, kastie, softbal, turnen, zwemmen, dat laatste vooral in de weekenden met grote groepen vrienden en vriendinnen. Of zwemmen in de zee bij Tandjong Priok, of ineen heel groot meer waar we dan met zijn allen op de fiets naar toegingen.”
“Op de schoolfuiven draaiden we plaatjes en dansten we, vooral jiven. Bij mij thuis nooit, vanwege de slechte sfeer. Mijn vader was verknipt uit de oorlog gekomen, zo noemde mijn moeder dat.”

De schooltijd was in 1953 tot eind 1957. Indonesië verandert.
“Op school moesten we Bahasa leren. Op het CAS werd nog Nederlands gesproken.”
Een paar jaar later begon het.

Onveilig

“Het werd onveilig voor ons Indische Nederlanders. Ons huis werd weer beschoten. Onze hond werd doodgeschoten. We woonden in Kebajoran, een soort compound waar alle buitenlanders woonden. Gewoon naar school gaan kon niet meer. Iedereen werd met de bus opgehaald. De chauffeur had een geweer onder zijn stoel en wij moesten ons paspoort bij ons hebben. Als we aangehouden werden, konden we aantonen dat we er voorlopig waren en terug zouden gaan Nederland.”

“Op 21 december 1957 kregen we te horen dat we op 22 december op de vrachtboot moesten. Van de ene dag op de andere. Mijn moeder zag nog kans om bij de naaister voor ons flanellen pyjama’s te laten maken, vanwege de kou in Nederland.”

Captain Cook

Zo kwam het dat Kitty Kommer in Amsterdam arriveerde, op 21 januari 1958, met de Captain Cook. Weinig koffers, veel emotionele bagage.  “Pas in Centrum 45 begreep ik wat ik aan de oorlog en de tijd erna heb overgehouden en ik heb geleerd het direct te benoemen. Het is angst. En eenzaamheid.”
“Dat is wel leefbaar maar je hebt andere kijk op de mensheid gekregen. Ik ben vaak bang voor veel mensen. Veel mensen vinden mij somber maar ik kan ook lol maken. Hier heb ik vroeger nooit over gesproken.”

En daar heeft Kitty Kommer genoeg van: dat niet erover spreken. Ze gaat haar levensverhaal op papier zetten, ook voor haar dochter die geen vragen stelt. Nòg niet, maar als ze vragen gaat stellen, liggen de antwoorden klaar.

Oproep:
1 Foto gezocht. Wie heeft er een foto van de aankomst van de Captain Cook in Amsterdam? In de Panorama van 22 januari 1958 stond een foto waarop een jong meisje over de loopplank wandelt. Dat is Kitty. Kent u die foto?
2 Passagierslijst gezocht. Van deze scheepvaart zijn twee passagierslijsten. Wie heeft deze?

Ga naar de bovenkant