Op donderdag 22 oktober 1936 bekende Djasimin de moord op een jonge vrouw, preciezer gezegd, hij bekende de lustmoord. Binnen een week was hij gepakt. De fatale aanwijzing had de stadspolitie van Soerabaia gevonden in een schaartje.

Arrestatie

Goed werk van de stadspolitie om binnen een enkele week een dader op te sporen en te arresteren. Misschien was men extra gemotiveerd door de maatschappelijke druk die er na de moord was ontstaan. Een mengeling van verontwaardiging en kassian (mededogen) heerste en dat had te maken met de tragische situatie van het slachtoffer, “echtgenote van een Inheemsch beambte van het gouverneurskantoor”, zoals het Soerabaijasch Handelsblad haar op 14 oktober discreet omschreef. Die discretie werd gecompenseerd door een zekere rijkdom aan details:

Hedenochtend tusschen 7.30 en 8.15 is in één der gemeentewoningen aan Tambaksarie een misdrijf geschied, waarvan de echtgenote van een Inheemsch beambte van het gouverneurskantoor het slachtoffer is geworden.
Toen n.l. omstreeks kwart over acht de baboe van de passer terugkwam, vond zij haar meesteres dood op het bed liggen met om haar hals een strop, samengesteld uit een das en enkele electrische snoeren.

Men dacht aan zelfmoord. Maar een deskundige patholoog-anatoom wist het zeker: móórd. Voor de dader bestonden aanwijzingen:

Gisteravond is n.l. ten huize van de vermoorde vrouw een werklooze inlander uit het Bodjonegorosche gekomen; uit medelijden werd hem door haar echtgenoot onderdak voor den nacht aangeboden. Hedenochtend 7.15, toen de echtgenoot naar zijn werk ging, was deze Inlander nog aanwezig, en ook om 7.30, toen de baboe naar de passer ging, was hij er nog. Bij terugkomst van de baboe bleek hij echter verdwenen te zijn, en lag de vrouw dood op bed.

Dus na half acht… en dan de gastvrijheid, die zo beloond werd. En die arme baboe, niets vermoedend thuis komend om dit te moeten zien. Het was meer dan afschuwelijk.

Drie dagen later gonsde het rond: een lustmoord, dat was het geweest. Het Soerabaijasch Handelsblad gebruikte het woord en wist ook: “omtrent de identiteit van den dader [bestaat] vrij groote zekerheid”.

Braaf

Natuurlijk raakte dit de lezers van de krant. Gastvrijheid stond hoog aangeschreven, dus hier werd iets kostbaars met de voeten getreden. Daar kwam evenwel nog iets anders bij. De echtgenoot – die de dader dus in zijn eigen woning had uitgenodigd – werkte bij het gouverneurskantoor, met andere woorden: hij was een respectabel en naar alle waarschijnlijkheid hardwerkend ambtenaar, in dienst van de koloniale overheid. Een braaf man, die zijn goede inborst op wrede wijze beloond zag. Hopelijk is hij niet aanwezig geweest bij het proces van de dader.

Proces

Het was de Indische Courant van 22 oktober 1936 die meer informatie verschafte dan menigeen wenste, hoe nieuwsgierig ook. Naam en toenaam van de dader werd unverfroren gepubliceerd. De moordenaar heette Djasimin. Hij had eerder spullen van zijn neef Satim gestolen. Deze werd verhoord en vertelde nog veel meer waardoor de moord een onwrikbaar feit werd, zelfs met voorbedachten rade:

Twee dagen voor den moord zwierf hij om de woning van den klerk rond, omdat hij gehoord had, dat deze in het bezit zou zijn van juweelen. Daarna speelde hij de rol van hulpbehoevende, als hoedanig hem nachtverblijf werd verleend.
Den volgenden dag wachtte de moordenaar op het uur, dat de klerk naar zijn kantoor was gegaan en de meid haar inkoopen op den passer zou doen. Zoo cynisch bleef de moordenaar bij alles, dat hij met het plan rondloopend om de vrouw te vermoorden, nog met haar sprak, terwijl hij twee stukken koperdraad in zijn hand had, waarmede hij de vrouw later zou worgen. Hij heeft gewacht, totdat de vrouw zich naar de kamer had begeven, alvorens hij zijn afschuwelijke daad volbracht. Daarna heeft de dader zich meester gemaakt van eenige kostbaarheden, zooals een halsketting, een trouwring, een zilveren horloge, dat op een tafeltje lag, eenig geld dat in een onafgesloten kast lag opgeborgen en een schaartje.

Dit schaartje zou zijn noodlot worden, want het werd op den moordenaar aangetroffen, toen de politie in zijn desa huiszoeking kwam doen. De andere gestolen voorwerpen had de moordenaar verkocht.

Ja, dat schaartje, dat bracht gelukkig nog gerechtigheid. De krant meldde ook dat er op het lichaam van het slachtoffer een medisch onderzoek was uitgevoerd, waardoor het vermoeden van de lustmoord nu een feit was. Kassian, kassian, die arme vrouw.

Kies

Wat in deze moordzaak opviel, was de nadruk die op de harteloosheid van de dader, zonder veel aandacht voor het slachtoffer en haar echtgenoot. In vergelijkbare situaties werden tijdens de processen nogal eens getuigen opgeroepen die uitvoerig vertelden hoe erg en hoe vreselijk alles was wat ze gezien dan wel gehoord hadden. Hier zweeg zelfs de baboe, die toch haar werkgeefster had aangetroffen. Daarmee troffen de kranten een merkwaardig kiese toon. Naar het hoe en wat van de lustmoord moesten de lezers maar raden. Dat de gastvrijheid zo ernstig geschonden kon worden, dat was waarschijnlijk al erg genoeg.

(Dit artikel verscheen eerder op Historiek.nl)

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.


levensverhaal