Ricky Risolles: “Er is nog geen plan B”

Ricky Risolles

Theaters dicht, Ricky Risolles thuis. En het ging net zo goed. Zijn show trok volle zalen en de samenwerking met Wieteke van Dort was een feest, ook voor het publiek. Wat nu? Jaro Wolff, de man achter Ricky, vertelt.

Poekoel teroes: in gesprek met Indische ondernemers

Hij schrijft columns voor Moesson (“al bijna tien jaar”), maakt liedjes, videoclips en theatershows en was op tournee toen het virus toesloeg en de theaters hun deuren moesten sluiten. Einde oefening.

Maatje groter

Maar Ricky Risolles alias Jaro Wolff, zit niet etend op de bank naar de televisie te kijken. Hoe is het, vraag ik.
“Het ligt nu allemaal stil. De laatste voorstellingen voor de zomervakantie zijn afgezegd. Als de Tong Tong Fair er in september is, beginnen we daar met de nieuwe cd-presentatie. De eerste officiële voorstelling in het nieuwe seizoen is op 22 oktober, maar dan moet het wel door kunnen gaan. Dat beslissen de theaters eind april.”

Als het doorgaan – en dat kan best, zeg nou zelf -, dan wordt die tweede toernee een maatje groter. “Hiervoor gingen we alleen naar steden als Zaltbommel en we maakten kleine uitstapjes hier of daarheen. Straks gaan we door het hele land. Ja, ook met tante Wieteke. Ze wilde alles met het openbaar vervoer doen maar dat wilde ik niet. Ze wordt straks bij elke voorstelling opgehaald en weer thuis gebracht.”

Mooi om vooruit te kijken. Maar als eh… het nou niet… eh?

“Er is nog geen plan B. Dan moet ik eerst met een impresariaat gaan praten over plannen en mogelijkheden.”

Relativeren

En die zijn? Ik wil het graag weten, een mens moet vooruit kijken, zeker nu, vind ik. Maar Jaro staat daar anders in.
“Dat is nu niet zo belangrijk, met alles wat er gaande is. Het is gewoon afwachten. Ik zie wel wat er gebeurt. In het ergste geval schuift alles een jaar op.”

Dat hij kan relativeren, komt ook omdat hij niet voor honderd procent afhankelijk is van de tournee. En hij wil dat ook niet.
“Het is best een succes geweest. Nu is het opgepakt door een groot impresariaat, daar willen ze er meer mee doen. Ik hou dat wat tegen. Want ik maak voor het theater iets op basis van mijn ervaringen en dan zie ik wel hoe het ontvangen wordt. Bij een groot impresariaat werkt dat anders. Als ik dan mainstream Nederland wil bereiken, moet ik aanpassingen doen zodat het meer behapbaar is voor Nederlanders.
Dat is niet waar ik het voor doe.
Ik doe het voor de Indische mensen. De kracht van de voorstelling zit in het herkenbare. Als de Indische community zoals ik die nu ken, wat ik doe oppakt en een warm hart toedraagt, voel ik me vereerd.
Ik hoef niet wereldberoemd te worden.”

Gescheiden

O ja, dat andere werk. Jaro Wolff werkt als communicatie acteur en trainer, maar dus niet als Ricky Risolles. Het is misschien een beetje geheim, dat er een andere persoon achter Ricky schuilt. Maar het is zo. “Ik hou dat gescheiden,” zegt hij.
Snap ik.
“En zeker nu.”
Snap ik ook.
We worden ernstig gezien Corona.

Preventief

“Het is zo belangrijk dat mensen veilig zijn, dat we dat beseffen. Mij doet het pijn om te zien als het niet serieus wordt genomen. Preventieve maatregelen zijn van belang. De wereld is hier helemaal niet op bedacht geweest, dat zie je aan de uitgaven. Er gaan biljoenen naar space stations en welk bedrag naar vaccinaties? In vergelijking haast niets. De arme landen zijn zowat weerloos tegen de ziekte.
Dus als ik naar de wereld kijk, dan kan ik niet nadenken over mijn eigen voorstelling. Die ziekte Zika was eventjes hot, voor de media tenminste. Toen waaide het over. Maar daar is geen oplossing voor geworden. HIV raakte onze gemeenschap in Nederland en er kwam dus wel geld. Sars was weer te ver weg. En nu heeft de hele wereld met Corona te maken.
Het maakt niet uit hoeveel het kost om dit tot stilstand te brengen. Dat is altijd goedkoper dan wat economie nu kost. Ik zie nog steeds mensen denken: o, ik kan nog wel even dit of dat doet. Maar dat kan helemáál niet, dat zijn de scheuren in het armour.”

Je lijkt op iedereen

Ik vraag naar de familie. Even terug naar vroeger-toen.
“Mijn oma zou op 1 april 99 jaar zijn geworden, maar ze is er nie tmeer. Mijn opa is in Indonesië overleden. Na zijn dood is ze naar Nederland gekomen.
Destijds zochten ze mensen om in de zorg te werken. Mijn moeder heeft in Jakarta een opleiding gevolgd zodat ze hier twee jaar met een tijdelijke verblijfsvergunning kon werken. Dat is later omgezet in een Nederlands paspoort.”
“Voor mijn dochtertje wilde ik een documentaire maken over de famile. Daarvoor heb ik Armando Ello gevraagd. We hebben ooms en tantes bezocht en Armando zei: ‘Jij bent het gemiddelde van al je ooms en tantes, je lijkt op iedereen.’


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikken.  Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Yvonne van Genugten: “Ons museum is nu gesloten”

Contractpension Geerestein in Woudenberg. Op de eerste foto een verkleedpartij: mijn moeder is tweede van links vooraan zitttend.

“We werken nu anders,” zegt Yvonne van Genugten, directeur Indisch Herinneringscentrum. “De deuren zijn nu gesloten. Voor andere musea is het een ramp, maar gelukkig niet voor ons.”

Poekoel teroes: in gesprek met Indische ondernemers

“We werken nu allemaal in de cloud. Dus als ik op de werkomgeving inlog, heb ik toegang tot alle bestanden, de mail en ook de kantoortelefoon. Zo blijven we met elkaar in verbinding, en we kunnen doorwerken aan wat wèl door kan gaan.”

Ik praat met Yvonne van Genugten, directeur van het Indisch Herinneringscentrum, dat gevestigd is in Museum Sophiahof in Den Haag. De deuren zijn nog helemaal niet zo lang geopend, en in deze corona-tijd gingen ze met een klap dicht. Tentoonstellingen, lezingen, discussiemiddagen, alles dat gaande en komende was: weg. Het publiek zit thuis.
Net als Yvonne en haar medewerkers. De stemming onderling is heel redelijk gezien alles, en dat komt ook door de financiële situatie.

Subsidie

“We hebben de luxepositie dat we een gesubsidieerde instelling zijn. Bij collega’s zie ik dat ze meteen werktijdverkorting moesten aanvragen. Dat hoeft bij ons niet. Die subsidie geeft een bepaalde basis waarop we nu terugvallen, we zijn niet afhankelijk van publieksactiviteiten. Dus we vallen niet meteen om.”

Evenzogoed horen die publieksactiviteiten er wel bij. “Daarvoor kijken we nu naar de tweede helft van het jaar,” zegt ze.

Maar ja, wat dóét iedereen dan thuis?
De administratie bijwerken duurt ook niet eeuwig.
En iedereen is thuis, want de vakanties gaan nou helemaal niet door: “Ik zou zelf op 30 maart naar Dubai gaan, gelukkig kreeg ik een mail dat het kosteloos geannuleerd kon worden. Wat ooit belangrijk was, is er ineens niet meer. Het is omschakelen.”

Wat iedereen doet, is praktisch.
Programma’s voor de tweede helft van dit jaar voorbereiden. Teamoverleg met videobellen. Zorgen dat alles klaar is voor wanneer het leven weer min of meer normaal is in Nederland,

“Er lopen grote projecten waarvoor we subsidie hebben gekregen, zoals Huizen van Aankomst. Dat is een echt publieksprogramma in augustus. De piek van de voorbereiding is nu. Ik ben blij met de techniek die we nu hebben, daardoor kunnen we doorwerken.
We zagen elkaar in het begin nog een enkele keer op kantoor, wel met gepaste afstand, om de lopende zaken door te spreken en af te stemmen waar we wel mee verder gaan en wat we nu laten rusten. Nu vergaderen we online. Zelf werk ik aan de jaarverslagen en aan projectverantwoordingen en -aanvragen. Er is veel minder telefoon, er zijn nergens meer presentaties, dus ik kan doorwerken. De strategiedag met het bestuur en de staf is geannuleerd, daar keek ik wel naar uit.”

Gewone leven

Thuiswerken of niet, dat virus kan zomaar overal zijn. “Ik blijf zoveel mogelijk thuis,” zegt ze. “Buiten ben ik voorzichtig en ik hou afstand. We worden allemaal op onszelf en onze naasten terug geworpen. Dus ik probeer het verder over me heen te laten komen, want ik weet niet hoe lang dit gaat duren, voordat het gewone leven terug komt.”
Het klinkt nuchter. Maar misschien moet ze dat ook wel zijn in haar positie. denk ik. Als de directeur in paniek raakt, raken de medewerkers en de vrijwilligers ook van het pad. Dat moet niet.

Stip op de horizon

“Ik denk altijd: ik laat me niet gek maken. Een stip op de horizon zetten helpt altijd. Dan kun je vooruit blijven kijken naar de dingen die echt weer gaan komen.

De familie maakt een uitstapje

Die houding zit in de familie. Mijn moeder is in 1943 als driejarige geinterneerd, mijn grootmoeder heeft met haar vijf kinderen in verschillende kampen gezeten en ze heeft de Bersiap overleefd. Over die tijd vertelt mijn moeder pas de laatste jaren iets, dat kan ook door mijn werk komen. Ik hoor verhalen die elkaar tegenspreken, maar met elkaar komt de familie tot een breder verhaal. Mijn moeder is pas tachtig geworden. Ze wilde haar verjaardag groots vieren maar dat is door de omstandigheden niet doorgegaan. Dus dat doen we later.” Alweer een stip op de horizon, ook voor de tachtigjarige.

We praten nog even door over dat gewone leven van de toekomst. Hoe dat zal zijn. “Hopelijk waarderen we het dan meer. Omdat we nu zien, dat het niet vanzelfsprekend is.”


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Shelly Lapré: “Een zee van tijd voor mijn eigen atelier”

Pelan pelan – uiterst rechts vader van Shelly (collectie Shelly Lapré)

“Drie dagen per week geef ik teken- en schilderles,” zegt kunstenares Shelly Lapré. “Maar nu heb ik een zee van tijd voor mijn eigen atelier.”

Poekoel teroes: in gesprek met Indische ondernemers

Van de ene dag op de andere werden haar lessen aan het Centrum voor de Kunsten in Eindhoven geschrapt. Deuren dicht, iedereen thuisblijven. “Ik had nu eigenlijk aan de slag gemoeten,” zegt Shelly. De situatie is nog altijd wat onwezenlijk. Gebeurt dit echt? Ja. Gelukkig betaalt het Centrum haar door in deze tijd. Maar het is raar.
“Voorlopig blijft het tot 6 april zo. Wat ik wel doe is thuisopdrachten geven, ook met de cursisten die in mijn eigen atelier kwamen. Dan sturen ze een foto op, ik geef feedback en zo komen ze toch wat verder.”

Expositie

De abrupte verandering leverde een zee van tijd op. Dus zit ze overdag in haar eigen atelier. Shelly maakt vrij werk, er zijn samenwerkingen met andere kunstenaars en er komen grote exposities aan, al is het de vraag of die dóórgaan. En zo nee, hoe moet het dan met de subsidies?

“In augustus en september exposeer ik met anderen in Pulchri (Den Haag) het kunstproject Verbinding Verleden Heden Toekomst Nederlands-Indië. We zijn hier volop mee bezig. Of het doorgaat, is moeilijk te zeggen. Pulchri is nu ook dicht. We moeten wel doorgaan met de voorbereiding. Er komen twee Indische en Molukse salons, alle betrokken kunstenaars vertellen wat ons werk betekent, er zijn workshops, lezingen, dus gewoon véél om te organiseren.
De kosten van de expositie zijn gedeeltelijk betaald met subsidies. Maar de salons, daar zijn we bang voor. Die bekrachtigen de expositie. De workshops en de lezingen trekken mensen aan. Dat hoort er dus ook bij. Wanneer de subsidie niet doorgaat moeten we zelf de dure zaalhuur betalen. Dan gaan we crowdfunding opzetten.
Juist dit jaar wilden we aandacht vragen voor de geschiedenis, van 75 jaar vrijheid in Nederland en hoe het in Indië was. Dat plan lijkt nu in duigen te vallen. Of we het tot volgend jaar kunnen uitstellen, weet ik niet.”

Hormat

Shelly (Facebook Shelly Lapré)

Ik vraag wat dit met haar doet. Het leek zo mooi in balans: lesgeven en zelf scheppend werk maken.
“Je moet niet in paniek raken,” zegt ze.
En: “Het is voor heel Nederland zo. Ik hoop wel dat de herdenking op 15 augustus door kan gaan.”

We praten over herdenken, over de oorlog die in Indië nog zo lang duurde en over de hormat die ze in haar werk aan de oudere generatie brengt.
Die hormat zit in haar kunst, en in haar dagelijks leven. Wanneer de dag voorbij is, sluit Shelly haar atelier af en gaat naar haar moeder om daar te overnachten. “Sinds mijn vader overleden is, durft ze ’s nachts niet meer alleen te zijn. Ze is 86 jaar en ze waren bijna 66 jaar getrouwd. ”

Wat heerlijk dat jij er dan bent, zeg ik. En ik denk, zoveel kinderen zullen dat niet doen als het erop aan komt. Het maakt Shelly’s werk nog mooier dan het al is: er zit meer liefde in dan het oog kan waarnemen. Wie waren haar ouders?
” Mijn vader heette Andreas Moritz Lapré, hij werd in 1926 in Semarang geboren en hij is dus 93 jaar geworden. Van hem heb ik de innerlijke rust geërfd, ik zal niet gauw in de stress raken. Net als hij bekijk ik een situatie beetje bij beetje. De veerkracht om hier doorheen te komen heb ik van mijn moeder: Fransisca Leonie Villenova (Bandoeng, 1933). Ze is ook strijdbaar en creatief in haar denken. Die eigenschappen zie ik in mijn zuster Hedy terug; zij en ik lijken veel op elkaar.”

Dan begrijp ik beter waarom Shelly rustig kan blijven. Ze luisterde naar de lessen van de vorige generatie, en nam die ter harte. Een van haar werken heet veelzeggend ‘Door Indische kreukels verbonden.’
Dus niks moeilijkheden wegstrijken.
Samen zijn. Voor elkaar zorgen. En iets heel moois maken, voor de troost.

Shelly Lapré

Website: https://shellylapre.nl/
Facebook: https://www.facebook.com/shelly.lapre


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan hieronder door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

 

 

Wouter Muller: “Ik ben en blijf 24 uur per dag muzikant”

wouter muller

Moeder en vader met hun Woutertje Muller (collectie Wouter Muller)

“Er wordt nu het nodige afgezegd,” vertelt Wouter Muller. “Dat is jammer en begrijpelijk, want op de pasars en koempoelans komen veel Indische en Molukse ouderen. Kwetsbare mensen.”

Poekoel teroes: in gesprek met Indische ondernemers

Als ik aan Wouter denk, zie ik een enthousiaste man met een gitaar, iemand die zijn publiek wat te zeggen heeft. Daarbij fantaseer ik een busje, dat hem elke dag naar een andere locatie brengt om daar mensenmassa’s toe te zingen. Hoe moest dat, nu zowat alles gesloten is?
Misschien is hij wel bankroet.

“Welnee,” zegt Wouter. “Ik heb de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.” Dat scheelt alvast. En dan blijkt dar hij nog veel meer bezigheden heeft. “In Enschede ben ik lid van de Clientenraad Werk en Inkomen, wij adviseren het college van burgemeester en wethouders. Verder zit ik in een soortgelijke adviescommissie Kennisplatform Burgerschap en integratie, en ik ben bestuurslid van Humanitas in Twente, waar we op jaarbasis zo’n tweeduizend mensen helpen met ongeveer 700 vrijwilligers. Dus dat is echt mooi werk.”

Gitaar

Wouter in actie (Facebook Wouter Muller)

En eh… de muziek?
Wouter, verbaasd over de vraag: “Daarnaast ben ik dag en nacht muzikant.”

Dat begon op een zolder, toen Wouter een Woutertje was van tien jaar oud. “Ik deed toen klusjes voor een oom, een heitje voor een karweitje. Tijdens het opruimen van de zolder vond ik een heel groot voorwerp, een gitaar uit Indië. Zoiets moois had ik nog nooit gezien. Ik vroeg of ik die gitaar mocht hebben in plaats van de betaling, maar mijn oom zei: ‘nee, daar ben je te klein voor, wacht maar tot je twaalf jaar bent.’
Twee jaar later was ik het helemaal vergeten tot mijn oom op mijn verjaardag kwam, met de gitaar. Daarna heb ik veertien dagen lang dag-in, dag-uit mijn moeder en broertjes verveeld met het gepiel op de gitaar. Daarna vond ik er niks meer aan. Pas op mijn veertiende dacht ik er weer aan, toen ik een buurjongen op zijn gitaar zag spelen. Na een paar weken vormden we een buurtbandje.”
De rest is geschiedenis, zeggen we dan.

Wouter is van binnen dus altijd muzikant, maar daarbij heeft hij wel andere banen gehad. Vooral opbouwwerker, vandaar dat pensioen (hoera!). Hij maakt deel uit van een columnistengroep voor de Twentse krant Tubantia, waar hij bij toerbeurt voor schrijft.

Zonder publiek

Tot het openbare leven stil kwam te liggen, had hij wisselend vaak optredens. Alles geschrapt. Wat blijft er over voor een muzikant zonder publiek?
Simpel.
De muziek.
“Ik ben altijd bezig met ideeën voor teksten. Om een voorbeeld te geven. Nederland viert nu 75 jaar bevrijding, maar vanuit Indisch perspectief gezien is het natuurlijk een heel ander verhaal. Tijdens een van de laatste optredens in Losser, kwam ik tussen de liederen door hierover te praten. Het grootste gedeelte van het publiek keek stomverbaasd op. Ze wisten van de Japanse capitulatie, maar dat vrijwel direct erna een nieuwe oorlog in Indië uitbrak, dat was niet bekend.” Zoiets inspireert: “Je mag best 75 jaar bevrijding vieren maar voor Indische mensen zit er een andere kant aan.”
Hij klinkt even strijdbaar als betrokken, en dat is geen wonder voor wie zijn ouders heeft gekend. “Mijn vader Henry (Victor Hendrik Muller) was sergeant-majoor bij het KNIL. In mijn liedteksten heb ik beschreven dat hij niet alleen van beroep militair was, maar dit was met heel zijn hart en ziel. Ik weet nog wel dat ik hem zag in zijn kist, toen hij dood was, en dacht: daar ligt een militair, nog altijd in de houding. Hij heeft het moeilijk gehad toen duidelijk was dat er voor het KNIL geen plaats meer zou zijn. Van hem heb ik het strijdbare, het voor anderen willen opnemen, het gevoel dat in opstand komt tegen onrechtvaardigheid, voor zaken willen vechten.”
Over zijn moeder Miene (Margaretha Antoinetta) Trouerbach: “Ze vond het fijn om zorgzaam te kunnen zijn, om aandacht aan andere te schenken en een helpende hand te bieden waar die nodig is.”

Online

Het zit alletwee in Wouter en daardoor ook in zijn liedjes. Nog een vraag. Als alles nu op slot blijft, gaat hij dan online optreden? “Daar ga ik me wel in verdiepen. Maar voorlopig niet. Ik kijk wat er op mijn pad komt en reageer daarop.”

Pelan pelan, komt daar een nieuw lied an?

Wouter Muller
Website: https://www.woutermuller.com
Facebook: https://www.facebook.com/wouter.muller


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikken.  Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Marc Tierolf: “Maar ik koop altijd 16 pakjes roomboter”

roomboter
“Pas een paar dagen geleden vond ik de boter voor mijn spekkoek,” zegt culinair ondernemer Marc Tierolf. “In de supermarkt werd ik aangekeken of ik hamsterde, maar ik koop altíjd 16 pakjes.”

Poekoel teroes: in gesprek met Indische ondernemers

Grasboter

Zestien, serieus?
Marc rekent voor.
“Met één keer bakken maak ik twee grote spekkoeken of drie kleine. In een grote spekkoek-ronde gaan vier pakken boter, dus per spekkoek twee pakjes en dat is 500 gram boter per spekkoek.”
Mijn schrik over die calorieën vervaagt als Marc vervolgt met: “Ik neem alleen Campina grasboter, die is wat zacht van zichzelf. Maar die hebben ze niet overal. En dan gaan er nog eieren in. Suiker. Die was trouwens ook moeilijk te krijgen.”
Zo vertelt hij verder. Over een fluwelen smaak, het belang van oude recepten en hoe iets echt hoort te smaken, daar kan hij heel stellig over zijn.
Marc Tierolf woont zo ongeveer in de keuken en heeft altijd één oog op de oven gericht. Hij weet wat hij maakt en hoe hij het wil, dus vandaar alleen die grasboter. Al moet hij ervoor naar ikweetniethoeveel winkels.

Kookschriften

roomboter

Zittend midden: Oma Miet

Dankzij de kookschriften van zijn overgrootmoeder Miet heeft hij zijn onderneming Omamiet.nl kunnen opzetten. Hij verzorgt catering, houdt workshops en verzendt via zijn webwinkel allerlei heerlijks in stevige dozen.
Ik vraag voorzichtig of de boel is ingestort.

“Nee.”
Serieus?
“Echt niet. Wel merk ik dat er meer flessen ketjap worden besteld, het gaat per vier of zes, misschien is dat het hamster-effect. Zelf heb ik pas een tien kilo zak rijst gekocht bij de Chinees, anders koop ik vijf kilo.”
En de catering?
“Daar komt juist bij, omdat veel mensen het bedreigend vinden om naar een restaurant te gaan. Eten is emotie. Ik kom bij de mensen thuis, in hun eigen omgeving, daar voelen ze zich veilig, dat helpt. Verder ben ik er nuchter onder. Het is zoals de minister-president zei: je kunt het niet omzeilen, een deel van de bevolking zal ziek worden. Mijn vader zit in een risicogroep, dus hij blijft thuis.”

Boemboes

Nu zegt Marc er meteen eerlijk bij dat hij helemaal geen tijd heeft om te piekeren. Hij zit middenin een verhuizing (en een boeken dat hij heeft, nou) naar een appartement met een grote keuken met bijbehorende tafel. “Daar kan ik workshops geven, dus aan tafel gaan we oeleken en boemboes maken en dan draaien we ons om, staan in de keuken en beginnen aan de gerechten.”
Overigens, de Hollandse taxateur die in zijn oude huis kwam kijken, kwam ook in de keuken terecht. “Hij vroeg wat ik zoal met een vijzel deed. Dus dat legde ik uit.” Daarna boekte de taxateur catering voor vier personen. Zo gaan die dingen.

Tjobek

Er is nog een andere reden waarom Marc niet van drie-hoog in de kali springt. “Dat zit in de Indische kant van mijn familie. Wij gaan dóór, dat zit in ons. Mijn overgrootmoeder Miet heeft het land moeten verlaten waar ze geworteld was en in Nederland, het land van de kolonisator, moest ze een nieuw leven opbouwen. Dat heeft ze gedaan. Als ze tegen mij zouden zeggen: je mag één hutkoffer meenemen en dan moet je naar een ander land, dan zou ik niet weten wat ik moest doen. Maar die generatie stopte de tjobek in de koffer en ze vertrokken. Die mentaliteit bewonder ik ongelofelijk. En ik ben dankbaar dat ik door mijn voorouders hier zo zit.”

Opa Rudy

Op wie lijkt hij het meeste? Niet op Oma Miet, zegt hij. “Mijn moeder vindt dat ik in mijn doen en laten op Opa Rudy (Rudolf) lijk. Hij was bij de Gouvernements Marine in Indië. Ik kan nogal weleens ouderwets uit de hoek komen, zeggen ook mijn kinderen. En wat dat nou is… Een hang naar het oude, en dus ook naar de normen en waarden van vroeger. Opa Rudy zei altijd: ‘Vergeet niet, je bent een Indo, en geen Hollander.’ Daar heeft hij gelijk in, vind ik.”

Marc Tierolf
OmaMiet.nl: http://www.omamiet.nl/
voor ketjap sedeng, rozenstroop, spekkoek, Bataviaasche seroendeng en meer
Op de site staan ook verkooppunten. U kunt online bestellen.
Op Facebook: https://www.facebook.com/Oma.Miet.Ketjap/
op Instagram: https://www.instagram.com/omamiet/


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Ga naar de bovenkant