Ik voel me niet alleen maar toch er is een leegte in mijn hart

“Ik voel me niet alleen maar toch er is een leegte in mijn hart.” Die zin stond in een kort verhaal dat Francesca van Heije-Neys me stuurde. Ze hoopt dat anderen er troost in vinden. Hier komt het.
Ik ben van ver weg gekomen om in Nederland met mijn lieve man samen en gelukkig te kunnen wonen. Ik kwam van een land die 350 jaar verbonden had met Nederland. Een land waar men altijd liedjes kunnen maken, Indonesië.
Nu ben ik alleen, mijn lieve man is onlangs overleden. Maar de liefde die hij aan mij straalde iedere dag, krijgt ik nu van mijn twee zonen en hun gezinnen. Ik voel me niet alleen maar toch er is een leegte in mijn hart. Iedere avond roep ik zijn naam en de naam van God. Ik bid voor hem. Voor zijn vrede, zijn gezondheid, geen angst voor wat dan ook en dat hij niet paniek raakt omdat ik bent niet meer in de buurt. Ik durf geen liedjes te horen via mijn MP3 omdat ik altijd huilen moet. Denk aan mooie en leuke tijden samen. Denk hoe we altijd leuk gehad samen ondanks dat we ook vaak ruzie hadden af en toe.
Wat mij hartzeer maakt is dat we altijd al afgesproken hadden in onze samen zijn dat we samen zouden ‘gaan’. We laten elkaar nooit alleen in deze wereld. Oh oh, mijn hoofd begin weer te bonken! Mijn schat, waarom verlaat je mij alleen? We zouden toch samen gaan? Kom je mij ophalen? Gaan we weer samen terug naar onze mooie Indonesië?
Maar het blijft GEVOELENS, in feite moet ik nu alleen doorgaan of het zwaar is of niet. Vroeg of laat weet ik zeker dat ik mijn lieve schat terug zie en dat wij samen weer verder gaan zoals zijn laatste woorden in mijn armen voor dat hij stierf: “Poppetje van mij, God geeft ons de derde kans om weer samen te kunnen zijn.”
Wat is dit open en eerlijk, en zo herkenbaar voor veel mensen. Elke grote liefde heeft die ene grote vraag: wie gaat er eerst? En hoe zal dat zijn voor degene die gaat en die achterblijft?

Telkens weer als ik in een toko of op de Pasar Malam tussen de Javaanse koekjes ook wadjik zie liggen denk ik even terug aan mijn Javaanse oma Raden Adjeng Momoh.

Daarna vroeg hij of ik het hele verhaal over de diefstal opnieuw en volledig wou vertellen. En of ik daarbij al de namen wou noemen van hen, die mogelijk de diefstal hadden gepleegd. Ook moest ik bij het verhaal de naam van oom Rudy noemen. Hij legt uit dat in dit geval het belangrijk was dat de naam van oom Rudy moest worden genoemd. Het ging om de zuiverheid. Want het verhaal over het gestolen geld hoefde niet te kloppen. Oom Rudy kon misschien een leugen hebben verteld.
Daar zit hij: Pa van der Steur. Dit jaar is het 125 jaar geleden dat hij op de ‘Conrad’ stapte en naar Indië ging, om daar een tehuis voor militairen op te richten. Johannes van der Steur was zendeling, een christen die in gezelligheid van mannen-onder-elkaar geloofde.
Afgelopen zaterdag interviewde ik Ronald Nijboer bij boekhandel Paagman in Den Haag. Zijn boek heet: Tabé Java, tabé Indiē. Die woorden schreef zijn grootvader bij het verlaten van de kolonie. Hij was er zo’n drie jaar lang. Thuis zweeg hij vooral. Na zijn dood ging Ronald op zoek.
Het Tong Tong Theater zat bomvol toen Wil Overweel uitlegde wat er op de Indische foto’s te zien was: het tehuis van Pa van der Steur. Wil had daar gewoond als kleine jongen. Hij wist alles nog.