Wat voor sambal bent u?

Iedereen is pedis, de een meer dan de ander.  Hoe staat het met u?

Een neefje vraagt of hij even duizend eurootjes kan lenen voor een nieuwe scooter. Wat zegt u?

Op de Indische soos gaat een nieuw lid op uw stoel zitten. Wat nu?

Een Hollandse kennis vraagt of u nog steeds zo leuk in het Japans tot tien kunt tellen. Wat is uw antwoord?

In de winkel dringen ze voor. Alweer! Hoe reageert u?

In de krant staat een artikel over Indonesiërs. Bedoeld is: Indisch. Wat doet u ermee?

Ik help u graag

Welkom bij de Indische Schrijfschool. Hier kunt u leren uw levensverhaal op te schrijven.  Stelt u zich eens voor dat het eindelijk klaar is.  Uw levensverhaal op papier. Daar kunnen de jongere generaties veel van opsteken.

De cursus begint op 15 oktober 2017. En u weet het: de tijd gaat snel.  Het kan verstandig zijn om u  alvast  aan te melden.  Doen? Klik en mail het woord aanmelden.

U kunt ook een abonnement op de gratis nieuwsbrief nemen, dan blijft u op de hoogte. In september krijgt u dan een voorbeeldles cadeau. Wilt u meer weten over de cursus: klik hier.

 

De  Cursus Levensverhaal:

  • Eindelijk staat uw levensverhaal op papier
  • Wat u beleefd en doorleefd heeft blijft bewaard
  • Geen vooropleiding nodig, alleen levenservaring
  • Online cursus, een jaar lang
  • aanvang: 15 oktober 2017
  • Prijs; 79 euro ex. btw
  • De cursus is gratis voor 90 jaar en ouder

Hoe Oom Muis in uw boek komt

Hoe Oom Muis in uw boek komt

“Oom Muis heette nou eenmaal zo, waarom weet ik wel maar hoe leg ik dat uit?”  De vraag in de mail was eigenlijk een andere. Hoe krijg ik mensen in mijn boek? Snap ik.  Het antwoord is eenvoudig.

Eerst heeft u een verhaal. Daarin verschijnen de mensen.

Voorbeeld. U wilt het verhaal van uw familie beschrijven. Schrijf op een kladje waar u wilt beginnen met dat verhaal en met wie u begint (tip: uw ouders).  Schrijf daaronder waar het verhaal ongeveer eindigt. Nu heeft u een begin en een eind. Mooi.  Met een half ons verbeeldingskracht weet u wat er tussen het begin en het einde moet.

Ik denk even mee. Eerste hoofdstuk of het eerste verhaal: de jeugd van uw ouders.  Tweede hoofdstuk: huwelijk en kinderen. Daar verschijnt u.

Derde hoofdstuk. Ooms en tantes. Daar hebben we Oom Muis, op een volstrekt logisch moment in de chronologie. Eerst het een, dan het ander. “Oom Muis was een broer van mijn vader,” zegt u dan. En vervolgens stelt u hem aan de lezers voor. Maar wacht even, niet alles vertellen.

Verdeel informatie over de hoofdstukken

Als u iemand aan de lezers voorstelt, dan vertelt u algemeenheden:

  • uiterlijk
  • leeftijd op dat moment
  • huwelijk, relatie, kinderen
  • opleiding

Daarna geeft u een veelzeggend detail, dat als een haakje in het geheugen van de lezers werkt.

Oom Muis werkte in de stad en ging veel uit. Altijd lachen, altijd het hoogste woord. Hij werd beschouwd als een knappe man. Hij had zo kunnen trouwen, maar hij wilde niet. Liever had hij vriendinnen. Toen hij als kind bij de broeders op kostschool zat, liep hij ’s avonds weg om meisjes te ontmoeten.”

Nu weet iedereen: hij was een ladies man. Komt het haakje.

“Voor zijn generatie was Oom Muis een kleine man, al zijn broeken hadden een kindermaat.”

Ai, dat doet pijn.  Iedereen snapt dat Oom Muis met de meisjes en de vrouwen aan het overcompenseren is. We begrijpen hem. Zo’n detail onthouden we.

En het mooie is: komt er in hoofdstuk zeven van uw familieverhaal een knallende ruzie voor met precies deze oom als veroorzaker, dan heeft hij zomaar een beetje crediet. Want nou ja, een man die kinderkleding aan moet, dat doet wat met hem, dat snapt iedereen. Ik wel, hoor.

Wilt u ook uw familieverhalen opschrijven? Dat kan.