Ronald ging op zoek naar de koloniale oorlog van zijn opa

Afgelopen zaterdag interviewde ik Ronald Nijboer bij boekhandel Paagman in Den Haag.  Zijn boek heet: Tabé Java, tabé Indiē.   Die woorden schreef zijn grootvader bij het verlaten van de kolonie. Hij was er zo’n drie jaar lang. Thuis zweeg hij vooral. Na zijn dood ging Ronald op zoek.

Het was een geanimeerd gesprek. Gelukkig waren er veel ouderen. Zo konden ze zien: de jongee generatie heeft wel degelijk belangstelling voor onze verhalen. Ronald vertelde dat hij ook op bijeenkomsten van veteranen spreekt en: “Ze zijn positief.”

Ik snap wel hoe dat komt.

Het is een eerlijk boek. In meerdere opzichten:

  • Ronald probeert zijn grootvader te begrijpen, maar hij erkent de verschillen: de tijd was anders, hij zit nou eenmaal anders in elkaar dan zijn opa
  • Waar mogelijk, heeft hij onderzoek gedaan en hij geeft cijfers en schetst omstandigheden
  • Hij onthoudt zich van het snelle oordelen en veroordelen dat we zo vaak tegenkomen
  • En hij heeft ook ook voor het plezier dat zijn opa had, er waren meisjes en bioscoopbezoeken

 

Waar gaat het boek over?

Evert-Jan Nijboer (foto Tabejava.nl)
Evert-Jan Nijboer (foto Tabejava.nl)

Evert-Jan Nijboer trok als oorlogsvrijwilliger naar Indië, toch ook met het idee om daar bevrijder te zijn. Hij had in Nederland de Canadezen gezien. Plus, de wereld intrekken na de oorlogsjaren, dat trok hem ook aan.  Vrij zijn. Op de website van kleinzoon Ronald staat een foto van een onbevangen kijkende militair. Zo was hij, in het begin.

Maar dan komen de oorlogsjaren. Kameraden sneuvelen. De Bersiap. De zogeheten Politionele Acties. Chinezen in nood. Moord. Je leven niet zeker zijn. Een wapen in handen hebben.  Gebeurtenisen die later een affaire woren genoemd, nou dan weet u het wel. Dat zijn veel ellendige ervaringen bij elkaar. In het boek staan ook moeilijke foto’s, en dat is goed. Voor veel mensen valt die tijd van toen buiten het voorstellingsvermogen. Je moet het zien, dan komt het binnen.

 

Op het filmpje van het interview staat een andere foto op de tafel. Die is een paar jaar na de eerste gemaakt. Toen we die zagen, schrokken we allemaal. Dat gezicht. Zo anders. Vol pijn. Kijk maar. Het fimpje begint met de uitleg van Ronald over zijn reis naar Java. Want ja, hoe pak je dat nou aan?

Het boek bevat dus eigenlijk twee boeken:

  • het verhaal van Evert-Jan Nijboer, hoe hij naar Indië trok en terugkeerde
  • het verhaal van kleinzoon Ronald Nijboer, hoe hij zijn grootvader zocht en beter leerde begrijpen

Dus, negentig-plussers en negentig-minners, als u ooit nog twijfelt van wie-wil-dit-nou-weten, denk aan Ronald Nijboer en zijn boek. Dan weet u hoe graag de volgende generaties uw verhaal willen leren kennen.

Test uw kennis! Ooit waren deze Indische mannen beroemd. Kent u ze nog?

Hoe ver heeft de roemruchte luitenant-generaal G.C.E. van Daalen (1863-1930) het gebracht?

(foto: Kars Karsen) Klik en flip!
Van Daalen werd commandant van het KNIL in 1910. Vier jaar later ging hij met pensioen en vestigde zich in Nederland.

Wie was Dicky de Hoog (1881-1939) ook al weer?

(foto: Tropenmuseum) Klik en flip!
Dicky de Hoog was onder meer de geliefde voorzitter van het Indo-Europees Verbond (IEV). Zijn overlijden haalde alle kranten.

Wat was de bijnaam van generaal Karel van der Heijden (1826-1900)?

(foto: NMM) Klik en flip!
De bijnaam van de generaal was Kareltje-één-oog. Hij verloor een oog in Atjeh. In 1887 werd hij commandant van Bronbeek.

Kunt u een titel noemen van Tjalie (1911-1974) Robinson aka Vincent Mahieu?

foto:dnbl Klik en flip!
Tjies (1960), Tjoek (1961) Piekerans van een straatslijper (1965).

Bij welke krant werkte de journalist Karel Zaalberg (1873-1928)?

Klik en flip!
Karel Zaalberg werkte bij het Bataviaasch Nieuwsblad. Hij werd er ook hoofdredacteur. Zaalberg was korte tijd voorzitter van de Indische Bond, en zette zich ook zo in voor Indo-Europeanen.

Hoe heet het beroemste boek van E. du Perron (1899-1940)?

foto: Literatuurmuseum Klik en flip!
Eddy du Perron schreef: Het land van herkomst (1935). Nog altijd zeer leesbaar.

Wilt u meer weten? Er is altijd meer!

Klik en flip!
Meld u aan voor de nieuwsbrief van de Indische Schrijfschool, dan krijgt u een eboek kado!

Paatje vertelt: “Wij Indo’s hebben een sublieme geschiedenis” (3-3)

 “Meis, ik kan je veel vertellen. Daarom noemen ze mij de levende geschiedenis en wonder. En ik mag voor mijzelve blij zijn, dat ik dit nog mag doen.  Dat ik over de geschiedenis kan praten.”

Verdi Phefferkorn von Offenbach (95) vertelde me over de aandacht die hij krijgt. Vooral de jongeren komen hem vragen stellen. Over vroeger: over Indië, hoe het was, hoe de mensen toen waren, hoe het leven verliep. Gewoon, de tijd voor de oorlog en daarna.

Als je 95 bent, is iedereen jong. Bij Verdi gaat dus nogal eens de telefoon. Of ze komen langs. Mensen op zoek naar hun roots. En dan neemt hij de tijd en vertelt over hoe belangrijk het is om te weten wie je bent en waar je vandaan komt. Vooral als je Indisch bent, weet hij.

Op het filmpje zegt hij met ingehouden trots over de vragen en antwoorden:

“Want wij hebben een geschiedenis meis, die eigenlijk subliem is. Wij hebben veel meegemaakt in Indonesië, pas op.
Wij zijn niet zo zo zo voortgebracht.
Als die ouders van ons dit allemaal moeten navertellen… daarom krijg ik de laatste tijd niet gewoon maar èrg veel aandacht. Erg veel. Omdat de jongere generaties, die zijn nieuwsgierig. Die willen weten, waar kom ik vandaan? Wie zijn mijn ouders? Dit, dit, dat.”

 

Het betekent dat hij druk is. Scholengemeenschappen vragen hem ook. Hij houdt nogal eens een toespraak. Plus hij gaat graag naar een Indische soos om te dansen.  En dan heeft hij de door hemzelf ontworpen Indo-vlag nog, die hij verkoopt. Ook hierin zit zijn boodschap: accepteer dat je Indisch bent, weten wie je bent en waar je vandaan komt is belangrijk. Dat laat hij als oudere zien, omdat hij het als plicht ervaart.

Dat Verdi alias Paatje van vrouwen houdt, weet iedereen die hem weleens heeft horen spreken. Die liefde heeft meerdere facetten. Er is het romantisch-erotische (Verdi kan het Hooglied voordragen alsof hij het ter plekke bedenkt), er is de bewondering voor de vrouwen die tijdens de Japanse bezetting voor hun gezinnen bleven zorgen en hun man moesten opvangen, en er is ook iets anders. Dat hoorde ik pas tijdens een later bezoek. De invloed van de tantes.

“Toen ik klein was, was ik de lieveling van mijn ooms en tantes en in het bijzonder van mijn tantes. Zij namen mij op schoot. Toen ik nog klein was, begon het al. Ze zagen in mij al bepaalde dingen.
Toen zeiden ze ook altijd: “Njo, kom maar op mijn schoot,” en dan gaan ze mij aaien.
Niet één, maar al die ooms en tantes, vooral die tantes. “Kom maar, wees altijd lief ja, lief voor jouw medemens, en vooral de oudjes, de vrouwen, daar moet je lief tegen zijn, want als je lief bent voor hun, dan doe je dat ook voor mij. Denk daaraan, hè njo?”

De volgende keer ga ik vragen naar de tantes.  Als hij het weet, vertelt hij het. Verdi is een inspirerend voorbeeld: doorgeven van verhalen, vertellen,  het doet er wel degelijk toe.  Wat doet u met uw levensverhaal?