Met Marc Tierolf en op het tafeltje de ketjap van Oma Miet

Dit is de vraag die ik stelde tijdens mijn interviews op de Tong Tong Fair: wat betekent het om Indisch te zijn in Nederland? De antwoorden waren verschillend. Marc Tierolf blijft uitleggen wat Indisch is, en andere gasten zeiden dat ze eerst het IQ van de gesprekspartner inschatten om pas dan te beslissen of ze gaan uitleggen.

Jongere generaties

Want ja, Indisch zijn is nog altijd iets dat uitgelegd moet worden. Kennelijk. Wat treurig, eigenlijk. Er is ook vrolijker nieuws: de jongere generaties zijn actief op zoek naar verhalen, herinneringen, brieven en anecdotes en daarvoor hebben ze de oudere generaties nodig. Dus als u ooit denkt: ‘Waarom zou ik mijn herinneringen opschrijven?’ Dan is dit het antwoord: de jongere generaties zitten er wel degelijk op te wachten. Ze weten weinig.

Voorbeeld. Op de Tong Tong Fair interviewde ik de schrijfster Merel Hubatka over haar roman Norman. Die gaat eigenlijk over haar vader, een man die bestuursambtenaar was op Nieuw-Guinea. Na het gesprek stond een oudere heer op die zich meldde als kennis van haar vader. Dat was voor Merel bijzonder: om haar vader op een nieuwe manier te leren kennen. Door het bestuursleven van haar vader, zet Merel zich nu in voor zelfstandigheid van de Papua’s. Dat had haar vader nooit kunnen denken toen hij als jonge jongen brieven schreef naar de familie in Nederland.

Dus u ziet: elke generatie heeft een eigen verantwoordelijkheid. De ene generatie voor het bewaren en doorgeven. De andere generatie voor het ontvangen en verwerken. We hoeven alleen onze eigen verantwoordelijkheid te dragen.

De kinderen

In mijn talkshow De Eerste Generatie Show interviewde ik Frank Boon (83). Hij had zijn levensverhaal opgeschreven, dat uitgeprint bij de kopieerwinkel om de hoek laten inbinden. Simpel, goedkoop en praktisch. Daaruit las hij een passage over de Bersiap voor, een ellendig fragment. Dus ik vroeg: “Waarom heeft u dit opgeschreven? Er zijn genoeg mensen die de kinderen hier niet mee willen belasten.” En hij zei: “De kinderen hebben er recht op om alles te weten, ook de moeilijke dingen. Alleen dan kunnen we van de geschiedenis leren.”  Goed punt.

Spreekuur

En dan hield ik ook nog elke dag spreekuur voor de Indische Schrijfschool. Ik zat aan een tafeltje en wachtte op wie er wilde komen praten. Dat ging goed. Ik ontmoette cursisten (leuk!), luisterde naar levensverhalen (ontroerend) en kon voor een aantal bezoekers praktische schrijfproblemen oplossen (super). Volgend jaar hoop ik weer spreekuur te kunnen houden. En als u denkt: ga daar-of-daar ook eens heen, dan hoor ik het graag.

Wat betekent het om Indisch te zijn in Nederland?

Geef een reactie