tong tong fair

Wat is dat: peranakan? (video)

peranakanWat is dat: peranakan? De eerste keer dat ik het gezicht van Sajia zag, vroeg ik me dat af. Want ik zag een vrouw met een Chinees gezicht. Zij was de grootmoeder van de schrijfster Melati van Java (1853-1927) De vraag bleef.

peranakanToko Semarang

De vraag was er ook toen ik jaren geleden Go Oen Gwan interviewde. Oom Go vertelde dat zijn grootvader kapitein der Chinezen was te Paseroean. Ach, had ik ons gesprek maar op de film, hij vertelde ook zo mooi. Ook over zijn ouders, de oprichters van de Haagse Toko Semarang in de jaren 50. Zijn moeder Han Kim Nio en zijn vader Han Kim Nio.
Oom Go zei tegen mij: “Door de winkel voel ik mij hier thuis, alle Indo-Chinezen kwamen vroeger hier en tegenwoordig komen hun kinderen ook. Het is een vast punt voor ze. Ik kom niet zoveel in de stad, de stad komt hier. Je wordt een centraal punt voor de mensen. Je spreekt hun taal, je begrijpt ze.”
Nu is hij er niet meer, maar de herinnering blijft en ook dat woord: Indo-Chinezen.

Ik las het mooie boek van Oei Hong Kian: Kind van het land, peranakan Chinezen in drie culturen. “kind van het land”, zo legt de auteur peranakan uit. Daar geboren, uit Chinese (voor)ouders.

Wat is wat

  • Indo-Chinezen
  • Indische Chinezen
  • Peranakan Chinezen
  • Indonesische Chinezen

Iedereen heeft het recht zichzelf zus of zo te noemen.

Chinezen uit Indonesië

Op de afgelopen Tong Tong Fair interviewde ik mr dr Patricia Tjiook-Liem, voorzitster van het Chinese Indonesian Heritage Center, kortweg CIHC. (hier staat de website: https://cihc.nl/ )
Vooral dankzij het CIHC komt de geschiedenis van de Chinezen uit Indonesië meer voor het voetlicht. Dus niet: Indië, waar Oom Go zich meer verwant mee voelde.
Er zijn dus families waar de ene generatie meer verbonden is met Indië, en de generatie erna meer met Indonesië.
Hoe is dat, denk ik. Misschien heel anders dan Eerste Generatie die daar geboren is en de Tweede Generatie die hier geboren is. Ik ken verhalen van gezinnen waar de kinderen verdeeld zijn tussen daar-hier.
De kinderen uit Indië, al lang volwassen, vinden dat ‘hier’ is: Indië. De andere kinderen vinden Indië juist weer ‘daar’.
Ja, dat is ingewikkeld tot je denkt: het is een mozaïk, en elk steentje is deel van het geheel.

Ik heb een korte video uit het gesprek geknipt. Door het rumoer van de Tong Tong Fair heen, is Patricia Tjiook-Liem goed te horen. Ze vertelt over het belang van deze boeken.

(tekst gaat door onder video)

Twee boeken

Naast mij op tafel liggen twee boeken over Chinezen uit Indonesië, van het CIHC:
1 Een foto vertelt. Vijftig familieverhalen van Chinezen uit Indonesië
Steeds: een foto en dan het verhaal erbij, soms een pagina, soms wat meer. Allemaal ingezonden door de achterban. En nog komen ze binnen.
Zo kan het dus ook, een boek maken en het is onderhoudend door al die verschillende aspecten. Geweldige foto’s van vroeger, ook vrouwen in een shanghai-dress, waar koop je tegenwoordig toch nog zoiets moois?

2 Chinezen uit Indonesië: de geschiedenis van een minderheid
Een nuttig boek voor mij, want het bouwt goed op, van 1619 tot 1961, zijnde het eerste en laatste jaartal in de inhoudsopgave.
Ooit was ik bevriend met een Chinees-Indische vrouw die nooit veel wilde vertellen over de tijd kort-voor het vertrek naar Nederland. En ik wist: beter niet vragen. Het voelde zo ongepast. Door dit boek begrijp ik iets meer van het niet-vertelde. Een voorbeeld uit de na-oorlogse hoofdstukken en het komt flink aan door de onderkoelde zakelijke stijl.

  • Het steeds weer opnieuw moeten bewijzen dat zij Indonesisch staatsburger waren maakte hen echter kwetsbaar voor intimidatie en chantage.
  • Chinezen werden voortdurend geconfronteerd met bedreigingen, vernieling en afpersing.
  • Het leger was in die dagen onderbetaald, militairen waren afhankelijk van onconventionele bronnen, die zij bij Chinezen probeerden te vinden.
  • De regering verkeerde zelf ook in onzekerheid, het gezag moest na de mislukte coup van september 1965 eerst worden hersteld.
  • De situatie was extreem instabiel.

En: geen bescherming van de overheid.
En eerder: de druk om de eigen Chinese naam te veranderen in een Indonesische naam.
En weer eerder: het moeten kiezen tussen de Chinese en Indonesische nationaliteit.

Levensvragen

Het raakt me omdat ik in deze woorden de vraag voel: waar hoort een mens thuis?
en:
wat betekent het dan om ergens geboren te zijn en op te groeien, de aarde te voelen, de lucht in te ademen, daar te leven en dan, door omstandigheden, een ander te moeten worden?
Levensvragen. Dat zijn de belangrijkste vragen. Ook en vooral als u over de familie schrijft. De tijd nemen om te denken is belangrijk. Praten ordent uw gedachten.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Het raadsel van de Atjeh-generaal Van Daalen

van DaalenWat is het raadsel van de Atjeh-generaal Van Daalen? Eigenlijk zijn het er meer en ik ben ze nu stuk voor stuk aan het ontwarren, dit voor in zijn biografie. Dit zijn de belangrijkste raadsels waar ik voor sta:

1 Hoe kán het dat Van Daalen bij leven al die onderscheidingen kreeg (tot en met de hoogste graad Militaire-Willemsorde) en zo geliefd was bij koningin Wilhelmina en koningin-moeder Emma, terwijl hij tegenwoordig zo verguisd is?

2 Hoe kán het dat hij als Indische jongen zo hoog kwam in de roomblanke rijen van het Leger en het koloniale bestuur? Ik bedoel: gouverneur van Atjeh, dat is een belangrijke positie. Commandant het het KNIL is ook heel wat.

3 Van Daalen had een knallende ruzie met Van Heutsz, dat werd in Nederland zowat een nationale bestuurscrisis. En Van Daalen was hier met verlof. Hoe werd hij behandeld?

4 Wáárom heeft hij na zijn pensioen als commandant zich nauwelijks laten zien in Nederland? Dat is raarrrrr. Hij was een vitale vijftiger, die gaat niet achter de geraniums zitten. Wat was er aan de hand?

Lezing Tong Tong Fair

Zulke raadsels dus. Van Daalen is een uitzonderlijke man met een uitzonderlijk leven, zoiets kun je niet verzinnen. Toch was het de werkelijkheid, destijds.
Ik werk aan zijn biografie, die verschijnt begin volgend jaar. Aanstaande zaterdag (9 september 1845 uur) licht ik een tipje van de sluier op tijdens mijn lezing op de Tong Tong Fair. Dan vertel ik ook iets over het KNIL, dat door hem ingrijpend werd gemoderniseerd.
In mijn lezing vertel ik over het leven van Van Daalen en ook over zijn sterke invloed op het KNIL. In zijn commandantsjaren hervormde hij het leger in de Oost.
Ik ga zeker weten iets zeggen over zijn Indische achtergrond. Want het was uitzonderlijk dat een Indische jongen ten eerste gouverneur van Atjeh werd en ten tweede commandant van het KNIL. Daar klonken destijds nogal eens opmerkingen over.

Oost-Indische Leger

Toen hij in 1914 met pensioen ging, was hij pas 51 jaar. Kerngezond. Hij gaf een knallende afscheids-speech waarin hij nog een keer zijn visie op het leger gaf en wat er nog diende te gebeuren, om een eventuele buitenlandse agressor af te slaan. U raadt het al, hiij wilde meer geld voor het leger:

  •  mensen fatsoenlijk betalen, zodat ze militair bleven en geen burgerbetrekking namen
  •  geld voor wapens en munitie
  •  geld voor materieel; de militaire luchtvaart was in opkomst

En u weet hoe de regering in Den Haag is, als het aankomt op geld voor militaire doeleinden…

Militair geweld

Van Daalen is controversieel, tegenwoordig. Dat komt door de focus die er is op het militair geweld. En daar was Van Daalen sterk in. Zijn roemruchte expeditie van 1904 is daar het voorbeeld van. Daar ga ik ook iets over zeggen. Dus ook over dat moreel kompas dat in de loop een andere richting in kan wijzen.
Na die expeditie werd Van Daalen evenals andere militairen goed gedecoreerd. Atjeh haalde de mannen juichend in. In Nederland evenwel begon een hele andere discusie, en die werd in de loop der jaren een aantal keren opnieuw gevoerd. Daar ga ik ook op in.

Vroeger

Als u net als ik over toen-froeher schrijft, komen we dezelfde vraag tegen:
Hoe schrijf je over een tijd die ver voorbij is,
over mensen die je nooit gekend hebt?
Een andere wereld: Indië, militair.
En daarbij: ik ben Hollands, Van Daalen Indisch.
Ook: man/vrouw verschil.
Mag en kan dat dan wel? Anders geformuleerd: mag je alleen over kippen schrijven als je zelf een kip bent?
U begrijpt mijn standpunt.

Het gaat om:

  •  uw eigen nieuwsgierigheid en verbazing, neem die serieus, want zo blijft u bezig en grote kans dat andere mensen hetzelfde willen weten als u
  •  verricht zo goed mogelijk onderzoek, de archieven liggen vol met informatie, er is altijd meer (maar op tijd stoppen is ook van belang)
  •  weeg de bronnen tegen elkaar af: waarheid is niet altijd wat gedrukt is
  • blijf kritisch op oude bronnen: wie heeft er belang bij om dit zo te vertellen, wat staat er niet in
  • vraag hulp in de vorm van meelezers en gesprekken
  • blijf lezen, gericht en ook om het onderwerp heen, zijpaden kunnen opeens hoofdwegen worden
  • onthou: een moreel kompas kan veranderen

Daar ga ik het ook over hebben, dat morele kompas. Ik ben nu in hoofdstuk 7 van de biografie, dus het is werk in voortgang.De titel is er al: De Atjeh-generaal, het militaire leven van Frits van Daalen (1863-1930). Straks in mijn lezing licht ik alvast een tipje van de sluier op. Met beeld. Het wordt spannend. Ik hoop dat u erbij wilt zijn.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Zien we elkaar op de Tong Tong Fair?

tong tong fairStraks weer Tong Tong Fair en u vergaat vast net als ik van de nieuwsgierigheid. Want elk jaar is het weer anders dan de vorige keer en toch is het vertrouwd dat je voelt: ja, hier wil ik zijn en hier blijf ik nog wel even.

Op de grote foto bovenaan: links Bol Kerrebijn en naast hem zit ondergetekende. Wat een man. Oud-KNIL, een goede verteller en een Indische jongen van 90plus. Het is alweer een jaar geleden, wat gaat dat snel. En voordat u het niet durft te vragen: Bol is nog steeds onder ons en fietst ons er allemaal uit op zijn racefiets.
Mij in ieder geval wel.

Dit jaar kijk ik weer uit naar de Tong Tong Fair en als het even kan, hoop ik u te ontmoeten. Daarom geef ik nu mijn lijstje van wanneer ik er ben en waarom.

Het Indisch Dozijn: 12 boeken uit vooroorlogs Indië
18.45 ‘Het Indisch Dozijn; 12 boeken uit vooroorlogs Indië’
De gemakkelijkste manier om het oude Indië te leren kennen is lezen. Heerlijk hangen en lezen. Maar wat? Ik geef u 12 boeken die elk een eigen licht werpen op de tijd van toen, van damesroman naar soldatenboek, en alle genres ertussen. Over liefde en liefdesverdriet, over het dagelijks leven, over de ontluikend Indische emancipatie en over gezondheid en ziekte, over rijk en arm, en nog veel meer. Wanneer u het Indisch Dozijn heeft gelezen, begrijpt ook u meer van de oude tijd en van het leven van Indische mensen in Indië.
Handig: na de lezing krijgt u een A4 met titels.
Erna signeer ik in de stand van Tong Tong Fair.

Eerste Generatie Show
Vrijdag 1 september 1330 uur: Maurits Baal (100)
Maurits Baal is een Indische jongen van 100 jaar oud. Hij woont in Bronbeek, als veteraan. Aan ons vertelt hij over zijn tijd in het tehuis in Soekaboemi, zijn tijd bij het KNIL en over Indisch zijn, wat dat voor hem betekende. Hoe was dat, Indisch zijn in Indië en hoe in Nederland? En die honderdste verjaardag, hoe gaat zoiets?

Erna: om 1500 uur spreekuur, ik vermoed in de de stand van Tong Tong Fair. Dus heeft u een vraag over uw verhaal, wilt u me iets laten zien, of denkt u even hallo zeggen kan dat: wees welkom. Ik zit er en kijk naar u uit.

Eerste Generatie Show
Maandag 4 september 1630 uur: Evert Mutter (1938)
Evert Mutter is een man met meningen die ergens over gáán: de verandering in het kijken naar het koloniale verleden, waarom mensen zich een Indische afkomst toeëigenen en het belang van het blijven vertellen over wat Indië was. Zijn geboorteland, waar zijn eerste herinneringen liggen, die hij altijd met zich meedraagt.

Eerste Generatie Show
Zaterdag 9 september 1300 uur: Patricia Tjiook-Liem (1939)
Recent publiceerde ze Chinezen uit Indonesië: De geschiedenis van een minderheid. Ze is voorzitster van het Chinese Indonesian Heritage Center en ze werkt onder andere aan een persoonlijke familiekroniek. “Ik wil onze geschiedenis dicht bij de mensen brengen,” zegt ze. Waarom is dat nodig, en hoe was en is dat: een Chinese afkomst in Indië, Indonesië en Nederland?

Lezing
Generaal G.C.E. van Daalen en het KNIL
Frits van Daalen (1863-1930) was een Indische jongen en gezien dat feit bereikte hij opmerkelijk hoge posities. Hij was gouverneur van Atjeh en later commandant van het KNIL. Vilan van de Loo werkt aan zijn biografie De Atjeh-generaal die begin 2024 verschijnt. Ze licht een tipje van de sluier op. Wie was deze Van Daalen, wat was zijn invloed op het KNIL en hoe kan het dat hij zo omstreden is geraakt?
Als altijd: een lezing met prachtige historische beelden.
Erna: signeren in de stand van de Tong Tong Fair.

Waar die stand dan is? Ja, dat ontdekken u en ik als we er zijn. Ik loop op de eerste dag altijd te zoeken en op de laatste dag weet ik de weg.

 

Praat met mij

Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Komt u ook naar de Tong Tong Fair?

Het is jaren geleden, echt waar, en toch lijkt het pas gisteren dat de Tong Tong Fair de tenten opende. Wanneer ik mijn ogen sluit, wandel ik door het Indonesië-paviljoen waar altijd aanbiedingen zijn, ik ruik de geuren van de eetwijk, het rumoer van het publiek, de optredens op het podium en in studio Tong Tong.

En nu tel ik de dagen af, net als u, vermoed ik.
We kunnen weer.
We zijn er nog.
Hoe zal het zijn, dit jaar?
In ieder geval: ruime gangen zoals altijd, dus dat geeft wat geruststelling, ik bedoel, zelf ben ik wat zenuwachtig over corona, maar zo gaat het vast goed.

Ik hoop dat u ook komt, en dat we elkaar daar kunnen ontmoeten, dat lijkt me gezellig. U kunt me op de volgende dagen in de studio vinden:

 

Donderdag 1 september: 14.30 uur Djam Boekoe ‘Lin Scholte in de Bersiap’

Lezing.  Lin Scholte was een Indische schrijfster, ze schreef over het leven dat ze kende: in de tangsi (kazerne), waar ze opgroeide als dochter van een Javaanse vrouw en een Hollandse militair. Haar familie was dus Indisch, Javaans, Hollands – en ze leefden samen in deze militaire wereld. Maar toen veranderde die wereld. Hoe was het voor Lin Scholte in de Bersiap, juist met deze gemengde familie?
Na de lezing; signeren van mijn boek over Lin Scholte.

Zaterdag 3 september:  14.30 De Eerste Generatie Show: Oud-Steurtje Wil Overweel

Interview. Wil is een tachtigplusser met een fabelachtig geheugen: hij weet nog hoe zijn leven was als “jongen van Pa”, zoals hij dat noemt. Daarmee bedoelt hij zijn kindertijd in het tehuis van Pa van der Steur in Magelang. Hij vertelt aan de hand van foto’s van het tehuis hoe het daar was, waarom hij er terecht kwam en hoe zijn leven daarna liep.
Juist omdat ik het levensverhaal van Pa heb opgeschreven, is dit interview voor mij zo bijzonder: iemand die het zelf heeft meegemaakt. Opschrijven doet Wil het niet, maar als Indische verteller geeft hij wel het verhaal door. Geweldig
Na het interview: napraten, signeren van mijn boek over Pa van der Steur

Maandag 5 september 16.00 Djam Boekoe: ‘Van Heutsz en het KNIL’

Lezing, naar aanleiding van  mijn nieuwe boek Een eervol bestaan. De geschiedenis van het KNIL, 1814-1950  Voor mij is de menselijke maat belangrijk, en daar vertel ik over in deze lezing: geen moreel vingertje opgeheven maar aandacht voor de mensen zelf, voor wie het KNIL vormden. Extra bijzonder is dat ik enkele filmbeelden kan laten zien.
Na de lezing: napraten, signeren van mijn KNIL-boek

Vrijdag 9 september: 13.00 De Eerste Generatie Show: De Eerste Generatie Show: oud-KNILer Bol Kerrebijn

Interview. Bronbeek-bewoner Bol Kerrebijn is een 90plusser die iedereen voorbij gaat op zijn racefiets. Een vitale man. Assertief. Hij zegt de dingen zoals hij ze ziet. Ik vind hem een beetje intimiderend, eerlijk gezegd. Als jonge jongen tekende hij voor het KNIL, middenin een oorlog. Waarom doet iemand dat? Hoe was Indië toen? Vragen, vragen, vragen. Ook Bol Kerrebijn is een geweldige Indische verteller, dus ik kijk uit naar drie kwartier vol verhalen.
Na het interview: napraten.

Spreekuur

Na elk programma-onderdeel blijf ik wat rondhangen. Dat is de beste tijd om even te overleggen of om mij iets te laten zien waarover u graag van gedachten wilt wisselen. Vermoedelijk ga ik ook spreekuur houden, net als op de voorgaande edities van de Tong Tong Fair, maar daarvan zijn op dit moment nog geen dag en uur bekend. Dat komt vanzelf in orde.

U weet, alles kan veranderen, dus op de dag zelf is het goed de website van Tong Tong Fair te bekijken of mij ’s morgens een apje te sturen. Dan weet ik hoe en wat, neem ik aan.
En dan… dag 1… dan is het rondkijken van waar is alles, wie zijn er, dan staat het Indische dorp op het Malieveld er weer. Bijna is het zover.

https://tongtongfair.nl/

Waarom kipassen de middag weer goed maakte

kipassen“We krijgen steeds meer tropische dagen,” hoor ik om me heen. Maar tropisch, dat is iets anders dan de Hollandse hitte.
Die is drukkend, benauwd.
In Soerabaja had ik nergens last van. Ik kon gewoon nadenken, wat moeilijker gaat op een dag met Hollandse hitte. Wat te doen op zo’n dag?

Ten eerste: kipassen

Wapperdewapper en dan weer zachtjes-zoetjes waaien, en ik herinnerde me hoe ik aan mijn kipas kwam.
Heel wat zomers geleden zat ik op de Tong Tong Fair te signeren naast Yvonne Keuls. Pal onder het tentdoek was het warmer dan de dertig graden buiten. Wind was er die dag niet.
Ik begon te klagen tegen Yvonne over zo-waharm en de hele dag al, en morgen vast weer, en of zij er ook zo’n last van had.
Nu is Yvonne een vrouw die overal tegen kan, die tegen alles bestand is, behalve onrecht en gezeur. Ze kéék even naar me.
Dat was genoeg.
“O,” zei ik, meteen tam.
Yvonne zweeg.
Schuin aan de overkant zag ik de uitweg: verkoop van kipassen. Slechts een enkele euro per stuk. Ik kocht er twee, ook voor Yvonne.
En zo kwamen we iets beter die middag door. De hitte was niet weg, maar wel te dragen. En inderdaad, zeuren helpt niet. Kipassen wel.

Ten tweede: dagdromen

Ik ga supervroeg opstaan, dan aan het werk en ’s middags ga ik dagdromen over alles wat ik nog wil doen in het leven. Dan lig ik voor de ventilator naast mijn grote huiskater Bert. Ik heb een notitieblokje zodat ik opkomende gedachten meteen kan noteren. Bert slaapt, de ventilator zoemt zachtjes.
Ik blijf rustig want ik weet: dit gaat ook voorbij.

De foto van de Japanse geisha’s is uit 1916, uit de tijd dat de Japanse cultuur nog een positief gevoel meebracht. Ik las in de Preanger-Bode iets over een benefiet-voorstelling van de MULO, vermoedelijk uit Bandoeng, waar ook leerlinges optraden als geisha’s. De krant schreef:

Als no. 3 stonden op ’t programma eenige tooneelen uit de „Geisha”. Bij ’t opgaan van ’t doek waanden we ons in een sprookjesland. Daar zaten en wandelden onder bloeiende takken en tusschen groene palmen een gezelschap Japansche schoonen in kleurrijke dracht, alles nog fantastischer gemaakt door lichteffecten. De meisjes waren door mevr. Ockhuysen heel netjes gekapt. Zeer elegant voerde een der geisha’s een dans met zang uit.

De avond was een succes: ruim 1800 gulden voor het goede doel.
Iets om over te dagdromen tijdens de middagrust. Die meisjes van toen, hoe zou het ze vergaan zijn? Dachten ze nog weleens terug aan hun optreden toen de oorlog kwam? Zou deze foto in albums van familie zijn, en waar dan, en waar zijn de albums van uw familie eigenlijk?

Ten derde: praktisch denken en doen

Het gaat er bij dagen van Hollandse hitte juist om wat we wèl kunnen doen. Wat is dat voor u, wat is dat voor mij? Lezen. Nadenken over wat te gaan schrijven. In de namiddag wandelen.
Als u volgende week maandag 18 of dinsdag 19 juli rond vijf uur – of zes uur  ’s morgens mij een goedemorgen-appje stuurt, dan stuur ik u een goedemorgen-appje terug. Dat lijkt me gezellig, samen zo heel vroeg wakker zijn. (06 82 445 019, dat is mijn nummer)

Met deze drie tips komt u hopelijk door de Hollandse hitte heen. Ik vat samen:
1 Kipassen
2 Dagdromen
3 Praktisch denken en doen

En als u na deze dagen denkt, wat gaat het leven toch snel, straks is de zomer voorbij en dan heb ik nog altijd het verhaal van mijn familie niet opgeschreven, laat het me dan weten. Ik help u er graag bij.

Wie heeft er nog een Wilhelmina-armband?

WilhelminaIn de stad zag ik deze week de feesten van Koningsdag en vanzelf dacht ik aan die ene bijzondere armband in mijn bezit. Een dubbeltjes-armband, gemaakt van kleine muntjes van koningin Wilhelmina. Een sieraad dat een venster op de tijd is.

Verlangen

Misschien heeft u ook zoiets.
Eens toonde een nazaat van de kruidengeneeskundige mevrouw Kloppenburg mij prachtige kabaja-knoopjes, die waren het eigendom geweest van Lucy, een zuster van mevrouw Kloppenburg. Ik mocht de knoopjes even vasthouden en voelde me dichterbij Lucy.
Kleine friemelknoopjes, een ander zou er niks van vinden, maar ik wist het: het zusje, de kabaja, wat eens geweest was, kon ik bijna aanraken, er zat alleen tijd tussen.
Dat gaat ook op voor andere voorwerpen.
Een kris die al generaties in de familie is, wekt meteen ontzag.
Laatst zag ik een mapje, ooit gekocht bij een kantoorboekhandel in Bandoeng, de naam stond er zomaar op, en in mij borrelde het heimwee op naar een winkel waar ik nooit geweest was.
Elke keer als iemand zegt: “Dat is nog van … geweest,” voel ik wat ik doen voelde: een mengeling van ontroering en nostalgie, een verlangen naar iets of iemand dat nooit meer terug komt.

Dubbeltjes

In die lijn ligt mijn dubbeltjes-armband. Nauwelijks een week voordat de euro werd ingevoerd, werd een sluimerende wens naar zo’n armband klaarwakker.
Want zo leuk, dubbeltjes.
En dan Wilhelmina. Zij werd als jonge achttienjarige vrouw in 1898 ingehuldigd als koningin der Nederlanden, dus inclusief Indië. Met haar inhuldiging leek een militair offensief tijdperk voor de kolonie te beginnen. Evenzogoed markeert dat jaar het begin van een stroom Oranje-feesten, met foto’s van meisjes die grote witte strikken in hun haar dragen.
Voor mij staat Wilhelmina voor een tijdperk: die omwenteling, daarna de moderne tijd, de oorlog.

Toen de wens naar een Wilhelmina-armband urgent werd, wist ik dat er weinig tijd was om te gaan verzamelen. Ik geloof dat ik nog zeven dubbeltjes te pakken kreeg. Twee of drie had ik liggen in een theekopje met kleingeld.

Fast forward naar de eetwijk op de Tong Tong Fair, waar mijn moeder en ik aan een tafeltje zitten. Zij draagt een dubbeltjes-armband om haar pols en ziet me kijken.
“Wil je hem hebben?” vraagt ze.
Zo is ze. Direct.
Ik (toch ietwat beschroomd):”Ja… als het kan….”.
Ze deed de armband meteen af en zei: “Hier.”
“Dankjewel,” zei ik nog, ietwat overvallen.

Zilverpoets

Dus dat is een tweede herinnering aan mijn Wilhelmina-armband: hoe ik die opeens cadeau kreeg. De armband ligt altijd op mijn werktafel en als ik ernaar kijk, denk ik aan mijn moeder, aan Wilhelmina en aan wat er in die bijna een halve eeuw in Indië gebeurde.
En ik denk ook, het is hoog tijd om eens wat zilverpoets aan te schaffen.

Verlangen naar de bingo en het Indische verenigingsleven

bingo

We mogen meer, we mogen minder en hoe het leven ook is: ergens naar uitkijken kan altijd. Ik verlang naar de bingo en naar sozen en koempoelans en dat ik weer gemakkelijk ergens héén kan. Want wat is er zo leuk aan?

Herinneringen

Terugdenken.
O ja, toen.
En weten: dat was er ook.
Herinneringen komen in golven, dat ervaar ik weer als ik terugdenk. Vooral met lijstjes. Toen ik vijf memorabele momenten wilde opschrijven, had ik ze zo.
Tip om herinneringen terug te halen: neem een A4. Zet bovenaan het onderwerp waaraan u herinneringen wilt terug halen. Zet eronder de cijfers 1 tot en met 10. En dan gaat u invullen. Weet u niks meer, wacht dan op de volgende golf herinnering.

Top 5

Hier komt mijn top 5.

5 Reünie Planterskinderen, Bronbeek

Hier had ik me buiten proporties op verheugd, natuurlijk om alle verkeerde redenen. Want in alle plantersromans wist ik wat er op Hari Besar gebeurde: zo was Deli. Hangen aan de lampen, drank en vloeken, alles kon en gebeurde.
En wat maak ik nou mee in mijn leven, dacht ik toen ik in de trein naar Arnhem stapte. Ik was tot alles bereid en de grote zaal in Bronbeek bood gelegenheid.
Ik was de enige die aan de lampen wilde hangen, en ik deed het niet. Er was bingo. Aan mijn tafeltje werd geklaagd over het trage tempo. Veel woester werd het niet. En toch, of juist, denk ik er met plezier aan terug. Bingo vind ik superleuk.

4 Het bowlen bij ROKI, Den Haag

Met bowlen had ik nul ervaring, dus toen ik naar een bowlingmiddag kon, zei ik meteen: “ja”. Via via had ik gehoord dat er veel negentigplussers waren en die trekken me aan als een magneet, dus ik erheen.
Toen ik de deur opendeed, wist ik meteen waarom ik nooit eerder geweest was. Die herrie. Dat donderen en bonken van ik weet niet hoeveel bowlingballen tegelijk, en dat zijn grote massieve ballen, daar had ik niet van terug. De hele zaal was gevuld met BONK- DONDEREND-ROLLEN en BONK. De negentigplussers stonden hip gekleed naar het bowlen te kijken of deden gewoon mee.
Ik moest vroeg weg en thuis ging ik naar bed, uitgeput van de ervaring. Zo zie je, nooit een negentigplusser onderschatten.

3 Huize Raffy, Breda

Er was een soos met welkom voor iedereen en ik ging ook. In de gang zat ik naast een oude Molukse man, die, zo begreep ik gaandeweg, dementerend was.
Ik zat lekker.
Hij ook.
We keken eens naar elkaar.
En toen vaker.
Hij zei iets dat ik niet begreep en wat ik antwoordde, begreep hij misschien niet.
Maar ik voelde wel, dat het praten niet het belangrijkste tussen hem en mij was. Naar elkaar kijken met aandacht, glimlachen en daarin samenzijn. Het was contact. Het was gezellig, en we waren samen, zo kan dat dus ook.

2 Klokhuis, Den Haag

Dit is jaren geleden maar ik herinner me nog het gevoel ergens aan ontsnapt te zijn, kent u dat? Ik had een lezing gegeven en we zaten met een klein clubje nog wat na te praten. Er was een oudere man, kleiner dan ik, met wie ik leuk kibbelde. Dat je het meent en toch niet, en dan zo het gezellig oneens zijn met elkaar.
En ik zeg: “Zullen we even naar buiten gaan om dit te beslissen?”
“Nee hoor,” zei hij. Toen dacht ik dat ik gewonnen had. Later ontdekte ik dat de man een zwarte band vechtsport had, dus toen wist ik wel wie van ons twee de meeste wijsheid bezat.

1 Paatje Phefferkorn, Tong Tong Fair

Mijn moeder kwam dat jaar naar de Tong Tong Fair, we wandelden rond, ik zag Paatje staan en zei: “Kom mee”. Wij naar Paatje, aan wie ik mijn moeder voorstelde. Hij nam haar uitgestoken hand aan, zei : “Zo meiske” en drukte een kus op haar hand. Toen zag ik mijn moeder blozen en ik wist dat er nog altijd een jong meisje in haar woonde.
Ja, en dan zijn demonstraties! En zijn gesprekken! En hoe hij danste! Gewoon, alles, alles.

Ik hoop dat u ook fijne herinneringen heeft aan het Indische verenigingsleven. Hopelijk gaan de deuren straks weer open.

Blijf op de hoogte

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken.  Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.


levensverhaal

Wies van Groningen over haar moeder Clara Hukom (video)

HukomClara Hukom leerde ik kennen door haar dochter Wies. Zij schreef over haar moeder. Mooie verhalen en boeken zijn het, waardoor ik langzaam vertrouwd werd met haar familie. Wies heb ik een paar keer ontmoet.

“Ik ben geboren in Blangkedjerèn, op Sumatra. Mijn Molukse moeder en mijn vader, een totok, hebben daar vijf jaren gewoond met hun kinderen. We hebben overal gewoond, in Batavia, Tjimahi, later ook in Bandoeng. Tussendoor gingen we naar Holland met een half jaar verlof. Zo ook in 1939, althans dat was de bedoeling. Maar in verband met de oorlogsdreiging besloot mijn moeder dat zij met haar kinderen in Holland zou blijven.”

Daar en hier

In 1929 werd Wies geboren als Louise Metaal, een meisje in een KNIL-kampement in het binnenland van Atjeh. Tien jaar was ze, toen zij in Delft moest gaan wonen. Dat beviel niet zo, vertelt ze: “Ik was op m’n hoede. Ik dacht dat de mensen boos op me waren, ze keken altijd zo streng. Het was natuurlijk ook oorlog. Mijn gevoel voor de schoonheid van Delft, haar grachten…. dat heeft me in Nederland gered van verdriet, van eenzaamheid.”
Het “daar en hier” waren twee gescheiden werelden. In Nederland leefde het gezin geïsoleerd: “Ik wist helemaal niet dat we Indisch waren. Daar werd bij ons niet over gepraat. Ik was zeventien toen ik mijn moeder voor het eerst Maleis hoorde spreken. Er kwamen twee Malino-studenten [plaats waar de conferentie voorafgaand aan de onafhankelijkheid van Indonesië werd gehouden; Molukse studenten in Nederland] op bezoek en als geschenk hadden ze een trommeltje tjengkeh, kruidnagel, meegenomen. Wat een schok, ik kon mijn eigen moeder niet verstaan.”
Later, veel later, ging Wies op zoek naar wat Indisch zijn betekende. Ze las Maria Dermoût, ontdekte dat haar grootmoeder Louisa de naaister was van het gezin Dermoût, ging Indonesisch leren en verzamelde alles wat zij kon over Indie en dat koloniale verleden. “Als je aan mij vraagt, ben je Indisch, dan zeg ik: ja, ik heb een Hollandse vader en een Molukse moeder. Maar ik ben niet in een Indische gemeenschap opgegroeid, ik ben niet in een Molukse traditie opgevoed. In je belangrijkste jaren, van je 10e tot je 17e, leefde ik vrij geïsoleerd in Nederland, in een westerse wereld.”

Over haar moeder

Wies van Groningen-Metaal volgde op latere leeftijd in Nederland een opleiding Beeldende Vorming, was werkzaam in de Utrechtse Vrouwenbibliotheek en -documentatiecentrum, en volgde een schrijfcursus bij Astrid Roemer. In 1973 reisde ze met haar moeder door Indonesië en dacht: “dit ken ik, ik ben thuis”. Daarna werkte ze in de bibliotheek van het Moluks Historisch Museum. Sinds haar 60ste jaar schrijft ze, vooral over haar moeder Clara Hukom en daardoor indirect over de dochter van Clara die zij zelf is:

“Over het KNIL is genoeg geschreven, maar weinig over al die vrouwen met hun kinderen. Ze waren afhankelijk van het dienstbevel van hun man. Ook zij moesten de dagmarsen van Kotadjané naar Blangkedjerèn maken. Wat heeft dat voor mijn moeder betekend dat ze daar terechtkwam, in zo’n kleine militaire gemeenschap?”
“De titel van mijn laatste boek is: Is militair. Is militair. De invloed van mannen, mensen die macht naar zich toetrekken. Wat voor effect heeft een koloniaal systeem wel niet op een samenleving? De geschiedenis van Nederlands-Indië is er een van geweld. Ga maar na: Banda-kruidnagelmonopolie, Atjeh, Tweede Wereldoorlog, bersiap, KNIL, het geweld van Molukkers hier in de jaren zeventig. Op somige vragen die ik stelde, antwoorde mijn moeder met een zucht: ‘Is militair kind. Is militair.'”

Mijn voormoeders van de Molukken is het laatste boek van Wies van Groningen. Ze is 80plus en het lijkt of ze steeds dieper bij de essentie komt, naarmate ze ouder wordt. Daaruit kwam dit boek voort. En ze heeft een plan, dat even groots als kwetsbaar is. “Er zal wel veel kritiek komen,” vermoedt ze. Die zou weleens mee kunnen vallen. Eerst is er dit nieuwe boek.

“Nieuw,” aarzelt de schrijfster. “Nieuw is misschien een groot woord. Want er staan stukken in die de mensen al kennen uit mijn vorige boeken. Maar niet alles verscheen eerder en de lijn die ik erin heb aangebracht is zeker nieuw. De magische lijn van mijn voormoeders wilde ik zichtbaar maken, en ik wilde laten zien wat die lijn betekent, met een link naar adat.”

(tekst gaat verder onder de video)

Voormoeders

Wies trouwde met een Indische man en kreeg kinderen. Het leven was vol en druk, en dat had zo kunnen blijven als ze niet tot drie keer toe wakker was geschud.
De eerste keer: ze hoorde haar moeder Maleis spreken met Malino-studenten. “Die taal verstond ik niet. En hoe ze lachte, dat ze zo kon klinken, was ik vergeten.”
De tweede keer: op haar bruiloftfeest kreeg ze een grote taart van tante An Nikyuluw, die zei dat ik haar pela was. “Ik wist niet wat dat was, pela. Maar ik begreep dat het met bescherming te maken had.”
De derde keer was het haar voormoder Johanna zelf, die plaatsnam op een trapje in Wies’ tuin. “Door te verschijnen liet ze zien, dat voor haar de banden niet waren doorgesneden, dat ze me zou beschermen.” De lijn met voormoeders was getrokken en Wies had er een plaats in gekregen.

Familiegeschiedenis

Het klinkt zo mooi: een plaats innemen in je eigen familiegeschiedenis, verhalen verzamelen en vragen stellen. De werkelijkheid is weerbarstig. Niet iedereen van de ouderen vertelt even gemakkelijk over wat in het verleden ligt. Feiten als namen en jaartallen kunnen onvindbaar zijn.
Dat ondervond Wies, toen ze in 1992 naar het familiehuis in Oma reisde. “De familie heeft me vlak voordat ik wegging in het oude huis van de Hukoms gebracht. Er werd gebeden en ik kreeg de stamboom te zien, een grote rol papier waar wel namen maar weinig jaartallen op stonden. Omdat ik de taal niet sprak, is mij veel ontgaan. Het is toch iets traumatisch geweest, dat ik als kind mijn moeder hoorde praten zonder haar te verstaan. Of er een andere wereld zichtbaar werd, waarin ik misschien geen plaats zou hebben.”

KNIL-vrouwen

Dan is er nog dat ene grote plan: “In een flits dacht ik: er moet een monument komen voor de vergeten KNIL-vrouwen, dat kan haast niet anders. Honderden jaren lang zijn er vrouwen met hun man meegegaan, en waar zijn ze begraven? Niet alleen in de koloniale periode, maar ook tijdens de Bersiap zijn er veel vrouwen die geen graf hebben. Waar moet je dan een bloem leggen, als je niet weet waar je voormoeder is begraven? Dat monument moet voor de onbekende KNIL-vrouw zijn. Een plaats, om haar te kunnen ontmoeten en te eren.” Ze kijkt naar de kleine prauw in haar vensterbank en zegt zachtjes: “Er zijn zo veel voormoeders geweest die ergens, geen mens weet waar, begraven liggen.”

(Delen van dit artikel verschenen eerder in Marinjo en op de website Damescompartiment.nl. Foto en filmopname door Vilan van de Loo)


Wilt u ook over uw moeder schrijven? Dat kan. Op 2 oktober begint de korte cursus Schrijf het levensverhaal van uw moeder. U kunt meedoen als u al tien keer bent begonnen of als u  nog nul schrijfervaring heeft. Er is een aparte pagina over de cursus, ook met ervaringen van andere cursisten. Klik en lees hier  meer.  U kunt het ook, en ik help u graag.

Is er iemand uit Soerabaja in de zaal? (video)

Soerabaja

Marva’s marcheren door Soerabaja, 1949 (Wikimedia Commons/ Nationaal Archief)

Opeens kan het verleden in je handen vallen. Op de Tong Tong Fair kocht ik het telefoonboek van Soerabaja, maart 1946. Pas toen ik thuis was, begreep ik beter wat het was.

Voor de oorlog

Telefoongidsen uit Indië zijn heerlijk. Ik heb er een paar en soms kijk ik naar de rijen namen. Mensen. Organisaties. Clubs. Advertenties uit de vooroorlogse tijd fascineren me. Als ik een woord zie, dat ik herken, veer ik blij op. Zangrandi. Ja, natuurlijk, ijs. Hotel Homann, wat werd daar gedanst. Tosari, waar je naar boven ging. Woorden roepen herinneringen op.

In de oorlog

Dit telefoonboek is een getuige van de oorlog. De stad is veranderd, er zijn militairen gekomen die beslag op dit en dat hebben gelegd. Dat is te zien.
De taal is ook Engels.
Ik lees: Bakehouse Ender & Haug, Toendjoengan 46. Telefoon 1520
Daaronder staat: Bakehouse Ten Wolde, Kalisari 900.
Maar het R.K. Weeshuis voor meisjes heet anno 1946 nog steeds zo, met als hoofdpastoor A. Yist, adres Tempelstraat 5 met telefoonnummer 600.

Heeft u dat ook, bij het zien van telefoonnummers, dat u denkt: zal ik eens bellen?
Ik wel, ook al begrijp ik niet goed waarom de nummers zo ongelijk van lengte zijn.
Weet u dat?

(tekst loopt door onder de video)

In dit telefoonboek

Elke pagina van dit telefoonboek heeft twee kolommen, de tweede is voor notities. Die staan er ook in dit exemplaar. Een vaste hand maakte in potlood en in pen aantekeningen, namen en nummers staan erbij, helaas zonder een persoonlijke toelichting. Alleen iemand die de stad toen kende, zal begrijpen wat er staat.

Het jaar 1946 is voor de ene generatie een soort eergisteren en voor de andere generatie is het een eeuw geleden. Denk derde, vierde generatie. Die groeien op met nieuwsgierigheid en weten niet waar ze moeten beginnen met zoeken of vragen. Zeker straks met al die vieringen van 75 jaar bevrijd Nederland is het net of Indië niet meetelt. Daar was nog oorlog, volop, en steeds meer. Dat telefoonboek van Soerabaja is er een stille getuige van. Stil. Zwijgend. Om gehoord te worden, zijn er stemmen nodig. Stemmen van mensen die willen en kunnen vertellen: over hun leven, over hun ouders, over hoe de stad was.

Daarom heb ik het telefoonboek gedigitaliseerd. U kunt het downloaden: klik hier. Lukt het niet, mailt u me dan even want dan stuur ik het per mail terug.

En als er herinneringen opkomen… ik hou me aanbevolen. Want alleen dankzij u kunnen mensen als ik iets van Indië leren kennen en begrijpen.


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan hier: klik op het plaatje hieronder. Bij inschrijving krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

 

 

 

 

“We werden met open armen ontvangen” zei Ena Stok-van Es

Ena Stok-van Es   “We werden met open armen ontvangen”, zei Ena Stok-van Es. De volle zaal van het Bibit Theater joelde en lachte. Iedereen wist wat de schrijfster bedoelde: hoe koud Nederland had gereageerd op Indische Nederlanders die hier kwamen.

Ena Stok-van Es (1918-2008) is een van de leukste schrijfsters die ik ooit ontmoette. Vol herinneringen aan het Indische leven, spraakzaam, geestig en daarbij gebruikte ze heel vanzelfsprekend woorden als mieters.  Ze schreef verschillende boeken en ze werkte ook nog aan een boek dat Vriendelijk vaderland moest gaan heten – over die ontvangst dus. Dat boek is er niet meer gekomen. Jaren geleden interviewde ik haar voor de Tong Tong Fair.  Bij ons eerste gesprek had ze speciaal voor mij suikervrij hazelnootgebak gekocht. Het smaakte naar gesmolten plastic, maar voor Ena at ik het helemaal op en prees het uitvoerig, zodat ik een tweede stuk kreeg.

Oproep

Ik moest weer aan Ena denken toen ik deze oproep las van de Tong Tong Fair 2018:

Tijdens de 60e Tong Tong Fair plaatsen we de expositie ‘Naar Holland’, over de repatriëring van Indische Nederlanders. De tentoonstelling focust zich dit jaar op de periode 1952-1956, toen veelal Indo-Europese Nederlanders repatrieerden. Of was hun komst een vlucht? Ten behoeve van interviews zoeken wij Indische Nederlanders die in deze periode naar Nederland kwamen. Repatrieerde u in 1952-1956 en wilt u vertellen waarom u Indonesië verliet? Of bent u kind of kleinkind van een repatriant uit 1952-1956? Wat hoorde u thuis? Hoe heeft ú de ervaringen van uw ouders ervaren? Stuur een mail naar de samensteller van de tentoonstelling, dr. Margaret Leidelmeijer: margaret@leidelmeijeronderzoek.nl

Opname

Ena Stok-van EsWat had Ena hier geweldig over kunnen vertellen. Ze kon met humor (die een beetje pijn deed) herinneringen aan de kille ontvangst ophalen. Misschien was het juist die kilte, waardoor ze op latere leeftijd besloot naar haar geboorteland terug te gaan om daar onderzoek te doen voor de romans die ze wilde schrijven.

Had ze schrijfervaring? Ena bezat gezond verstand, optimisme en ze wist dat ze een belangrijk levensverhaal had. De kinderen waren benieuwd, al begrepen ze pas hoe een en ander zat bij het eerste boek.

Dat Ena de romanvorm koos, was goed gedaan. Zo was ze vrijer in het noteren van gevoelige passages, details die ze zich niet precies meer herinnerde kon ze in alle vrijheid aanvullen en het belangrijkste: ze had er veel meer plezier in.  Dat is te merken. De romans zijn meeslepend en spannend.

Het interview en de gesprekken die er waren,  heb ik niet gefilmd. Daar heb ik nu spijt van. Echt, dat gevoel alsof er iets in je hart wordt omgedraaid. Ik dacht er toen niet aan.  Ik durfde ook niet goed. Misschien nam ik aan, dat er altijd een ‘volgende keer’ zou komen. Dat er nog tijd genoeg zou zijn om dit en dat nog te vragen. Zo heb ik over meer mensen spijt. Die levensverhalen komen niet meer terug.

Ena Stok-van Es heeft gelukkig haar boeken achtergelaten met heel wat autobiografische elementen erin. U kent Het geurend goud van Banda toch wel?

 

Praktische schrijftip

Noteer voor uzelf de belangrijkste vragen die u heeft over de familie of uw leven. Maar een top tien, de belangrijkste vraag staat bovenaan. Wie zouden daar het antwoord op kunnen geven? Werk van de eerste vraag af naar beneden, zo weet u het belangrijkste het snelste.

Ga naar de bovenkant