Semarang
Heuvelschool 1951-1952, 5e en 3e klas. Ik zit op de voorste rij 7e van links. Onze onderwijzeres heette mevrouw Schallies.

Rudy Hartung schrijft over zijn jeugd en hij weet nog veel van toen. Gelukkig had hij ook foto’s. Voor de familie heeft hij er een boek van gemaakt. Ik mocht het vijfde hoofdstuk publiceren. Terima Kasih, Rudy!  Het is een heerlijk en een lang hoofdstuk.

 


 

Wat vooraf ging

Terug gekomen in Semarang, moesten mam en pap het belangrijkste besluit voor hun toekomst nemen. In Indonesië blijven en met het gezin de Indonesische nationaliteit aannemen. Of te kiezen om naar Nederland te vertrekken.
Pap heeft niet lang daarover hoeven na te denken. Wij gaan naar Nederland. Het hoefde niet meteen, want hij kon nog een paar jaar bij de BPM blijven om zijn pensioen nog wat verder te kunnen opbouwen. Later in Nederland zou het zijn SHELL pensioen worden. Peter, Carla en John waren nog heel jong. Zij zullen, denk ik, zich heel weinig kunnen herinneren over onze laatste jaren daar in Semarang.

Op de scholen werd het onderwijs in de Nederlandse taal niet meer toegestaan. Er was een overbruggingsperiode ingevoerd. In Semarang konden wij tot ons vertrek (1955) speciale Nederlandse scholen bezoeken. Ook werd de Indonesische taal als les ingevoerd.

Hereniging met de familie van mam

Semarang, 1952

Gedurende die laatste jaren in Semarang, heb ik voor het eerst met de Kribben’s familie uit Surabaya kennis gemaakt. Zij kwamen naar Semarang. Het was een soort van reünie van de Kribbens. Het waren oom Sjuul Kribben met tante Noy en dochter Liek. En tante Zus Kribben met oom Ros.
Alleen oom Ed Kribben en tante Eef, die ook in Surabaya woonden, kwamen toen niet naar Semarang Pas veel later hoorde ik over de breuk die tussen tante Eef en tante Ton was ontstaan, gedurende de jaren van de Japanse bezetting.
Oom Sjuul had toen al besloten om met zijn gezin voorgoed in Indonesië te blijven. Hij had een goede baan bij de ANIEM. En na zijn pensioen zou hij naar een koele bergstreek vlak bij Malang verhuizen. Het was tegelijk ons afscheid van oom Sjuul, tante Noy en Liek. Al mijn andere tantes Kribbens, zoals tante Dé, tante Troel en ook tante Bet met oma Kribben, waren intussen al naar Nederland vertrokken. Ik kende tante Dé en tante Troel nog niet.

“Ik heb daar niets te zoeken in het koude kikkerland van Nederland” vertelde oom Sjuul mij, toen ik met hem, veel later, kennismaakte in Nonggojajar.

Hereniging met de familie van pap

Tante Martha en haar beide kinderen Kees en Wanda waren intussen, zo eind 1945 begin 1946, naar Nederland vertrokken. Alleen Tante Troel zat nog in Semarang. Ik heb met tante Troel in Semarang voor het eerst kennis gemaakt. Toen wij van Padang terugkwamen. Zij woonde aan de Andongweg. Zij was directie- secretaresse op het kantoor Prauwenveer in Semarang. Ook zij had besloten om naar Nederland te vertrekken. Een paar jaar voor ons, vertrok tante Troel naar Nederland. In 1955, toen wij in Nederland kwamen, heb ik voor het eerst met tante Martha, Wanda en Kees kennis gemaakt.

Terug in Semarang

Gedurende deze laatste jaren in Semarang, zullen mam en pap zich ongetwijfeld vaak hebben afgevraagd, hoe het daar zou zijn in Nederland. En hoe hun verder leven daar zou verlopen, verweg van hun geboorteland. Zij waren stellig ervan overtuigd dat zij met ons, in Nederland een betere toekomst zouden hebben. Er moet een keuze worden gemaakt. Zoals alle Indische Nederlanders, heeft pap, zowel op sociaal en politiek gebied, zich altijd voor 100% op Nederland afgestemd. Op een samenleving gebaseerd op ‘westerse normen en waarden.’ Hij heeft zich goed gerealiseerd, dat het Nederlands Indië niet meer bestond. Zijn Indië was Indonesië geworden. Het was daarom, zowel voor pap als mam, vanzelfsprekend, om naar Nederland te verhuizen. Pap kon op een heel fijne werkperiode terugblikken bij de BPM. En op de gelukkige jaren samen met mam. En beiden konden op hun jeugdjaren terugblikkken, van het Nederlands-Indië van ver vóór de oorlog.
Maar ongetwijfeld zullen mam en pap, diep in hun hart, de pijn hebben gevoeld. Over het vooruitzicht dat zij weldra hun geboorteland voorgoed moesten achterlaten. Hun Java waar zij hun jeugd hebben doorgebracht. Maar zij hebben voor Nederland gekozen. Hun verdere toekomst lag daar in Nederland. Een Nederland dat zij alleen kenden, van wat zij op school erover hadden geleerd. Over de Nederlandse Vaderlandse Geschiedenis of de Aardrijkskunde van Nederland met haar 11 provincies. Maar over de geschiedenis of cultuur van Indonesië, daar werd op de Nederlandse scholen in voormalig Nederlands Indië niets over geleerd. Zo was het toen in die tijd.

Gedurende onze laatste paar jaren in Semarang hebben wij op Tjandi Baru gewoond. Wij hebben daar altijd in huurwoningen gewoond. Eerst voor een korte tijd aan de Merapiweg no 13. Waar oma Frank woonde. En ook juffrouw Lien. Het huis is verbouwd en het is een prachtige woning. Carla wordt in 1951 geboren wat later in 1953 is John geboren. Beiden in het St.Elizabeth Ziekenhuis.
Dit ziekenhuis wordt als het beste ziekenhuis van Semarang beschouwd.

Oma Frank had haar hond Molly, die graag glijbaantje speelde op een grashelling in de voortuin. Zij ging op haar buik liggen en gleed zo met haar voorpoten vooruitgestrekt, de heuvel af. Zo’n leuke hond was Molly. Zij leek op Mitsy. Maar Molly had een wat rossige vacht en zij was veel dikker.

Een buurman had een grote kooi met enkele pythons. Mam vond het maar eng. Er was natuurlijk best wat risico dat een python zou ontsnappen. Python is overigens geen giftige slang. Het is wurgsang!!! Dus toch wel uitkijken als je er eentje tegenkomt.

Semarang
Merapiweg 13

Merapiweg 13, Semarang (2019)

Daar aan de Merapiweg ook geleerd om nóóit meer op vogels te jagen. Ik had een katapult en ik schoot toen een mus naar beneden. En ik had toen meteen zoveel spijt erover. “Nooit meer zoiets doen Rudy”, zei mijn geweten. Dus die katapult heb ik nooit meer voor vogels gebruikt. Alleen om op een fles te mikken. Of om een mangga uit de boom te schieten.

Een wijze les van pap. Op een middag kwam ik thuis met een grote tros pisang’s. In de sawah’s achter het huis gevonden. En dacht “Hééé lekkere pisangs” De tros toen naar huis gesleept. Maar zo tegen eind van de middag, kwam een Javaanse boer naar ons huis. En wou pap spreken. Hij vroeg of er misschien iemand bij ons een tros pisangs van de sawah naar huis had meegenomen. Hij had het spoor gevolgd van de pisangtros, die ik naar huis had gesleept. Het was pap meteen duidelijk wat er aan de hand was. Eerst zijn excuses aangeboden over het gedrag van zoon Rudy. En toen gevraagd wat de kosten waren van de pisang’s.
Pap zal de Javaan een ruime vergoeding hebben gegeven voor de bananen. Zodat de man geen financiële schade had. En zij hebben daarna elkaar de hand geschud. En het probleem was daarmee opgelost. Pap heeft het volkomen correct afgehandeld. Op een goede manier heeft hij het met de Javaanse boer in orde had gemaakt.

Pap heeft mij even apart gesproken en uitgelegd dat het een goede les voor mij moest zijn. Om nooit iets ongevraagd, zoals pisang of cassava of wat maar ook, uit de sawah’s te halen. Of het moet je worden gegeven. Zoniet dan moet je ervoor betalen. Want je benadeelt iemand. Er is niets gratis in de wereld.

Sinds ik op Java woon, besef ik dat pap goed op de hoogte was, hoe je met de Javaanse bevolking moest omgaan.Het wederzijdse respect dat je voor elkaar moet hebben. En vooral je verontschuldigen als je iets verkeerds heb gedaan.

 

Sunarioweg 11, Semarang

SemarangNa een half jaar of zo zijn wij naar de Sunario weg 11 verhuisd. Het is dezelfde buurt van de Merapiweg. Wij konden van de familie Strausz het huis overnemen, die naar Nederland zou vertrekken. Wij namen ook hun 2 honden Flip en Flap over. Zo was het toen, het was vanzelfsprekend. Het huis waar wij gewoond hebben, staat er nog steeds in oorspronkelijke vorm zoals toen! Het huis staat te koop. Het zal zeker verbouwd worden. Het huis van onze buren de familie Young staat er niet meer. Er komt een nieuw huis te staan.

Aan de Sunario weg hadden we familie Young als buren. Wij hadden leuke contacten met de familie Young en de kinderen Tjali, Mary, Jany en hun jongste broer Freddy. Zij zaten ook op de Heuvelschool. Maar Freddy was natuurlijk nog erg klein. En onze “buren” aan de andere kant waren de geesten van een Moslim begraafplaats. Aan de overkant woonde de familie Sneeuwjacht. Met hun 2 zoons, die de leeftijd van Peter hadden. En weer wat verder, naast de familie Young, woonde het gezin Ossenbrugge. Alle buren waren Indische Nederlanders. Allemaal ook met het plan om Indonesië te verlaten. De familie Sneeuwjacht zou naar Australie emigreren.

Achter het huis, is een diep dal gelegen. En waar beneden een kali stroomt. Aan de overkant van die kali gaat het weer omhoog, naar een kleine desa. De desa waar onze bediendes woonden. De hellingen in dat dal waren vol begroeid met pisang, ketela, singkong, papaya en katjang. En van achter het huis, kijk je uit op de berg Ungaran.

De familie Young

Mevrouw Young was een Javaanse vrouw. Zij was een prinses van één van kraton’s op Midden Java. Zij kwam uit een goed Javaans milieu. Er stond ook een piano bij hun in huis. En mevrouw Young speelde piano, klassiek muziek! . In Semarang had de familie Young een busbedrijf. Tjali en Jany heb ik later ontmoet tijdens een Heuvelschool reünie. Oudste dochter Mary is naar Amerika geëmigreerd. Zowel Tjali als Mary zijn beiden overleden.

In die tijd had ik veel last van puistjes op mijn gezicht. “Oh Ruud dat is akné,” zegt buurvrouw Young. Dus jeugdpuistjes. “Kom maar langs, dan behandel ik jou wel met Oevéé”, zegt zij. En gratis hoor! “Wat is dat mevrouw Young, Oevéé?” vraag ik. Oh even kijken Ruud. Mevrouw Young studeerde toen voor schoonheidsspecialiste. En buurvrouw Young bladert in de gebruiksaanwijzingen van de Oevéé. “Oh Ruud, hier staat het. Ultraviolet stralen!” Dus ik was haar proefkonijn voor Oevéé bestraling. En toen heeft zij mij regelmatig met Oevéé bestraling behandeld. Totdat ik van al mijn puistjes was verlost. Zo’n leuke herinnering aan buurvrouw Young, een prinses van een Kraton. Later heb ik mevrouw Young nog eens bezocht, toen zij in Amersfoort woonde.

Teruggekeerd naar Indonesië, heb ik met Tjali (Charles) Young heel goede contacten gehad. Tjali was onderwijzer in Amsterdam. Maar hij besloot dat beroep op te geven. Hij had genoeg van de brutale jeugd. En hij opende in Noordholland een groot tuincentrum. Toen hij besloot om met bamboe produkten uit te breiden, heeft hij met mij contact gezocht. Jarenlang heb ik voor Tjalie de inkopen gedaan, voor bamboe-stammen en bamboe- tuinhuisjes.

Heuvelschool

Semarang
Derde klas Heuvelschool, Semarang 1951-1952

Met een reünie Heuvelschool bij neef Paul de Rooy, heb ik Tjali en Jany en Edmé, Nel, Paulien en nog andere oud Semarangers ontmoet. Zoals Hans van der Linden. Die geweldig goed kon tennissen. Wij verloren allemaal van hem! Vroeger in Semarang

Gedurende de lange schoolvakanties gingen Paul en ik vaak met oom Hein mee. Voor een dagtocht. Naar plaatsen zoals Tegal, Pekalongan, Kudus, of Rembang. Allemaal plaatsen aan de Noordkust van Midden Java. Oom Hein werkte voor de Internatio Semarang. Hij was hoofd van de inkoop afdeling. En moest voor zijn werk regelmatig zijn Chinese contactpersonen bezoeken, bij wie hij de inkopen deed voor allerlei Indonesische kruiden. Het was altijd erg gezellig. Een heel mooie herinnering aan oom Hein is dat hij tijdens het rijden graag zong. Paul en ik probeerden mee te zingen. Of wij neurieden zo’n beetje mee. Maar het was natuurlijk ook bedoeld om oom Hein wakker te houden.

Semarang
5e en 3e klas. Ik zit op de voorste rij 7e van links. Onze onderwijzeres heette mevrouw Schallies. Tjali helemaal rechts achterste rij. Mary precies in het midden achterste rij.

Met Ilse, Joyce en Paul heb ik altijd ontzettend gezellige jaren beleefd. Gedurende die jaren daar in Semarang , trok ik veel met hen op. En heb daar ontzettend veel fijne herinneringen aan overgehouden.

Ballenjongens

Op de tennisbaan naast het huis aan Tjandi Baru, waar oom Hein en tante Ton woonden, hebben wij met Ilse, Joyce en Paul, héél veel uren op de tennisbaan doorgebracht! Wat waren wij fanatiek. Wij speelden meestal zo vroeg als mogelijk in de middag. Zolang tante Ton, oom Hein en hun buren het echtpaar de Jong, nog hun middagrust hielden, konden wij lekker spelen. Maar wat later, na hun middagrust kwamen de ‘oudjes’ naar buiten. En jawel. Met hun tennisracket in de hand. En met ‘weg zwaaiende’ gebaren, werd het ons duidelijk gemaakt, dat wij van de baan af moesten

Semarang
Paul en ik waren meestal de ballenjongens. Het was best vermoeiend, om al die misgeslagen ballen van de ‘oudjes’ op te halen. Maar nog erger was het, als er een bal over het hek van de tennisbaan was geslagen. En dát gebeurde regelmatig. De bal die ergens in de voortuin moest liggen moest natuurlijk steeds worden opgehaald. Maar nóg vervelender was het, als de ‘oudjes’ de bal in de tuin mikten, van de buren. In de tuin van de Chinese familie Khoe. Want dan moest er écht naar de bal worden gezocht. Tussen al die bomen en struiken, in de tuin van de familie Khoe.
Best vermoeiend was dat voor Paul en mij. Dus wij af en toe, even uitrusten onder een boom. Of soms soeten, wie die bal uit de tuin van de familie Khoe moest zoeken. Maar vaak gingen wij samen zoeken.

Wij zijn voor een weekend bij de familie Wennekes in Salatiga geweest. Van Salatiga is het niet zover naar het bergplaatsje Kopeng. Het is een kleine desa gelegen op de berghellingen van de Merbabu. En waar je kunt zwemmen of wandelen. Wij zwommen in het ijskoude water van het zwembad.

Ik kom regelmatig in Salatiga. Het is voor een bezoek aan mijn tandarts mw.Wiwik. Ontzettend aardig mens. Ben al meer dan 20 jaar haar patient. Ik logeer dan voor een paar dagen in Salatiga. In het busje tussen Magelang en Salatiga is het altijd erg gezellig druk. Altijd vol met vriendelijke en heel nieuwsgierige vrouwen. Met hun manden vol met groenten voor de pasar. Sommigen komen met lege manden. Zij gaan weer naar huis. Ook een enkele keer met een heel vriendelijke djamu verkoopster, die mij altijd een glas koenjit drank (curcuma) aanbeveelt. En met zo’n tocht, op de berghelling van de Merbabu, tussen Magelang en Salatiga kom je langs Kopeng en langs nog veel andere desa’s.

Toko Oen

Semarang
Toko Oen

Vanuit Solo, in de richting bergen, gaat er een weg naar het bekende bergplaatsje Tawangmangu. Wij hebben daar eens een vakantie gehouden. Om van de koele lucht te genieten. Paul is met ons meegeweest. Je kunt er paardrijden, zwemmen of wandelen. Het is nog altijd een bekende vakantie plaats. Als je van Tawangmangu doorrijdt en van de andere kant van de berg naar beneden rijdt, dan kom je bij het bergplaatsje Sarangan. Oók een heel bekende vakantieplaats. Vooral bekend door het meer en de waterval. Vroeger had het de naam ‘Klein Zwitserland’

Toko Oen van Semarang. Aan de Bodjongweg. Waar je heerlijke ijs kunt eten. Met zo’n 30 soorten ijs. Aardbeien ijs, chocolade ijs of mocca ijs en nog veel andere soorten Italiaans ijs. Toko Oen is nog altijd het bekende en druk bezochte restaurant in Semarang voor Europese gerechten. Zoals wienerschnitzel, biefstuk, spaghetti en zelfs bitterballen. En van die heerlijke cocoskoeken en schuimpjes in kleuren. Wel erg zoet!

Voorbereidingen vertrek Nederland

Pap is gedurende de laatste jaren in Semarang behoorlijk druk geweest. Met allerlei voorbereidingen voor het vertrek naar Nederland. Er moest een vendutie worden gehouden voor de verkoop van onze meubels. Ook moest een grote jati houten kist worden besteld. Voor al onze spulletjes. Natuurlijk moesten ook de oelekan en de wadjans van mam mee! En pap druk met allerlei reisdocumenten. Zoals paspoorten. Want mam en pap hadden immers nog geen paspoorten? Wij waren nog niet eerder in het buitenland geweest. In die tijd ging je niet even met vakantie naar Nederland of naar het buitenland! Maar er was een Nederlandse Consul in Semarang. En pap hoefde niet helemaal naar de Ambassade in Jakarta toe.

Een poosje voor ons vertrek, is de kist vol met onze spulletjes,
per boot naar Nederland gestuurd. Naar het adres van oom Sjaak Zijlstra. Wij zouden de kist wat later volgen.
Het was al bekend dat Apeldoorn onze woonplaats zou worden. Omdat oma Anna Kribben en tante Bet daar woonden. Bij tante Troel Zijlstra en oom Sjaak.(Aan de Strauszlaan)

Bijzondere kist van Jatihout

Pap heeft die kist, aan meneer Punt gegeven. De aannemer die ons huis aan Chopinlaan had gebouwd. Vele jaren later sprak pap met meneer Punt. Meneer Punt vertelt dat hij heel verbaasd was over de houdbaarheid van dat hout. Hij had de planken van de kist als vloer in zijn tuin gelegd. Tot zijn verbazing was het hout na al die jaren, nog steeds niet vermolmd of door houtworm aangetast! Pap heeft meneer Punt uitgelegd dat jati hout één van de hardste houtsoorten is. Het wordt ook ijzerhout genoemd. Het is te hard om door houtworm te worden op gegeten.
Ik had gemengde gevoelens. Ik vond het aan de ene kant heel spannend om naar Nederland te gaan. Maar vond het ook niet leuk om alles achter te laten. Ik had geen flauw idee wat voor een stad “Aapeldoorn” was. Ik dacht in mijn onnozelheid dat er apen in de bossen van “Aapeldoorn” zaten. En gek toen veel later bleek, dat het toch wel iets klopte. Met de Apenheuvel van Berg en Bos.

Onze laatste schooljaren

Terug van Padang werd ik in de 5e klas geplaatst. Met een flinke achterstand, opgelopen in Padang. En ik bleef prompt zitten. Dus een jaar overdoen. In de zesde klas ging het beter. Bij meneer Sluiters. Toen naar de MULO. Ook Vonny heeft na de zesde klas op die MULO gezeten. !e en 2e klas. Het was er best gezellig. Veel lol gehad met onze klasgenoten. Ik denk aan Annelies Loemij, Guus van Huut, de twee broers Arthur en Edward Houwert en Jan Krancher. Van Jan Krancher weet ik dat hij naar California is geëmigreerd. Er zijn veel Indische families naar California vertrokken, omdat zij Nederland toch te koud vonden.
Afscheid van Semarang. Mam en pap zullen vast en zeker verdrietig zijn geweest over het komende afscheid van Semarang
en van Java. Maar ongetwijfeld waren hun gedachten ook al bij Nederland Waar zij nog nooit eerder waren geweest. Hun vertrek uit Indonesië is voor hen beiden een voorgoed afscheid van hun geboorteland geworden. Mam en pap zijn nooit meer naar hun geboorteland teruggekeerd. Ik heb mam en pap, in de jaren 70, wel eens gevraagd, om eens een keer met ons mee te gaan, naar Java.
Maar zij zagen het niet zitten. Blijkbaar hadden zij er geen behoefte meer aan. Het was een afgesloten deel van hun leven. Maar zij vonden het altijd leuk als zij de dia’s of foto’s van de Indonesië -vakantie zagen.

Afscheid van de Sunarioweg

Het moment brak aan dat wij afscheid van al onze buren moesten nemen, de familie Young, de familie Sneeuwjacht van de overkant, En afscheid van onze bediendes. Elk afscheid doet pijn. Wij, Vonny, Edith en ik waren nog te jong om ons goed voor te stellen wat het zou betekenen, om Indonesië achter te laten. Alweer moesten wij onze honden achterlaten, Flip en Flap. Zij zouden door de familie Young worden verzorgd. Allemaal waren wij verdrietig. Wij hebben ons goed gehouden. En zo ging het toen, het was vanzelfsprekend.

Semarang
Hoe oud waren wij toen? Pap was bijna 50 jaar en mam 39 jaar; Vonny moest 18 jaar worden; Edith moest 13 jaar worden; Peter was 7 jaar; Carla moest 4 jaar worden: John was 2 jaar; En ik was 15 jaar.

Medio Augustus 1955 zijn wij met de KLM naar Nederland vertrokken. En op 15 augustus 1955, zijn wij op Schiphol aangekomen.


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikke. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

levensverhaal

Rudy Hartung: Onze laatste jaren in Semarang, 1951-1955

9 gedachten over “Rudy Hartung: Onze laatste jaren in Semarang, 1951-1955

  • 8 februari 2020 om 18:20
    Permalink

    De eerste en laatste Sinterklaas feest op de lagerschool
    Toen was ik pas vierjaar maar MOEST naar school samen met mijn broer die al in de tweede klas zat op de Europese Lagereschool in Djombang Semarang.Mijn ouders lieten het gedwongen toe voordat ik dan de heledag thuis lastig was .Wij gingen in de eerste “ betjak” in Semarang, naar school met onze huisjongen als driver ( zie foto).
    Mijn eerste liefde was een Juffrouw Deliezer in de Froebel klas, en was altijd de jongste in de klas of zelf op het werk in de latere dagen.Mijn broer in de tweede klas moest zijn Zondag cent geregeld in een trommeltje stoppen die rond gebracht werdt door een meisje van de zevende klas.Maar d zoon van de Wedana deed altijd een dubbletje in het trommeltje die een Fonds is voor TBC lijders in dien tijd.
    Zeer angstig was het toen Sinterkaas onze school bezochte, die ik alleen maar voor de eerste en laaste keer memaakte want toen kwam de oorlog. Sinterkaas en zijn knecht stapte uit een gehuurde auto en verwelkomt van af de school ingang door het hooft der school Meneer Appeldoorn ( die op zijn verjaardag alleen maar een appel met een doorn ingestoken als cadeau kreeg). De Sint met zijn lange witte baard en zijn zwarte knecht die een neger moest voorstellen ging op zijn troon in de gymastiek hall zitten en Zwarte Piet aan zij voeten ,waarde ceremonie plaats vond.
    Huilende en scheeuwende en angstige kreten van kinderen van de Froebel klas di bang waren voor Sinterklaas en zwarte Piet met zijn grote zak, was niet van de lucht.
    Sinterkaas zat op zijn troon met een grote dikke boek in zijn handen en roepte namen van stoute jongens en meisjes op. Meneer Macaree en Juffrouw Koeksema achter hun aan en omdat zelfs jongens van de zevende klas tracten zelf over de school pager tespringen , moesten zij met geweld terug gebracht worden.Juffrouw Hoeksema was een strenge totok jonge juffrouw met strak blond haar en raar klein/smal gezichtje en een wipneus en altijd in de zelfde witte blouse en zwarte rok gekleed.Meest gehaat onder de leerlingen die haar stikkem juffrouw kunjuk (aapje) noemden.Ik wist niet of zij ooit erachter is gekomen en de betekenis er van weet.Ook haden wij een neger meneer en juffrouw uit Suriname en ik kan niet indenken wat hun hun gedachten waren over Zwarte Piet die ook een neger moet voorstellen.
    Na door Sinterklaas geroepen te worden en elke keer schreeuwde Zwarte Piet met en zware Javaans accent “ en jij moet in de karoeng!”. Maar na dat ik die stem een paar keren had gehoort dacht ik aan de stem van Gimin de toekang kebon.
    Alles was onder kontrolle of misschien was zij de person die deboel organizeerde. Het is een zekere Juffrouw( mevr). Walonker van wie ik de JAAP-GUUS- DIEN had geleerd.Zij woonde in ver van school, dat is Sompok buurt( later de bekende Sompok vrouwen en kinderen consentratie kamp tijdens de Japanse bezetting). Naast haar woonde een familie Kops wat een Tante is van mij en dan de familie van Mook.Waar H.J van Mook had gewoont .De laadste Luitenant Gouverneur Generaal van Nederlands Indie.Ook was in Sompok een Ambachtschool voor inlandse leerlingan en vaak kwamen zij om een uur naar de Djombang school onderleiding dan een jongen van de Ijzer afd (Ijzerman) gewapend met ijzeren staven( linggis) onderleiding van een zeker Soepardjo( die later Brigadier Generaal was geworden en terdood veroordereel was omdat jij de tweede man was van Oentoeng dan de PKI( komunsten) opstand.De bedoeling van Soepardjo is om met de Ambonese jongens te vechten dat waren KNIL kinderen uit di Djatingaleh kazerne.En Juist vooral totoks en Indo’s heeft hij nooit lastig gevallen.
    De oorlog was toe al gebroken en wij moesten met pannen en potten op school komen en altijd een BOMBER CAKE van rubber in onze zak.Ook identietijds kettingen om onze hals.Helaas alles voor niets………
    Wally Suparmo

    Beantwoorden
    • 8 februari 2020 om 19:18
      Permalink

      Hartelijk dank voor uw reactie, heerlijk overweldigend veel herinneringen!

      Beantwoorden
  • 8 februari 2020 om 22:11
    Permalink

    Zoals altijd, weer een mooi verhaal. Het kan bijna niet anders, dan dat er één of meerdere tranen langs mijn wangen glijden. Dat heb ik altijd wanneer ik over het Indië van mijn jeugdjaren lees. Zelf heb ik daar maar een naam aan gegeven: “chronisch verdriet” noem ik het maar. Makkelijk om aan anderen uit te leggen, wanneer ik onverhoopt een traan laat. Zelf ben ik, op mijn 15e jaar in het voorjaar van 1958, samen met mijn moeder, “gerepatrieerd” vanuit Soerabaja naar Nederland. Eerst met het “Zuiderkruis” naar Singapore. Van daaruit met de “Conny” van de KLM richting Nederland. Budel, vervolgens contractpension in Oude Wetering, en van daaruit naar Assen.

    Beantwoorden
    • 9 februari 2020 om 10:29
      Permalink

      Dat is een mooie uitdrukking: ‘chronisch verdriet’. En het zegt ook meteen, dat niet elk verdriet over kan gaan. Wat een levensweg somt u op in een paar regels. De generatie van nu kan zich daar nauwelijks een voorstelling van maken, wat een moeilijkheden wat waren en ook wat een doorzettingsvermogen er nodig was.

      Beantwoorden
  • 9 februari 2020 om 10:46
    Permalink

    Wat een mooi verhaal uit Semarang. Typisch dat mijn moeder ook tante Troel werd genoemd. Hoor he bijna nooit. Ben 2 jaar g geleden nog in Semarang geweest En ook gegeten bij Toko Oen. Mooie herinnering.

    Beantwoorden
    • 9 februari 2020 om 11:07
      Permalink

      Wat bijzonder dat Toko Oen er nog steeds is, het is zo’n legendarische naam inmiddels. Ik ken zelf een Tante Troel uit de familie van de kruidengeneeskundige mevrouw Kloppenburg. Haar oudste dochter werd zo genoemd.

      Beantwoorden
  • 12 februari 2020 om 23:04
    Permalink

    Ik heb genoten van uw verhaal. Toevallig was ik in November 2019 een paar dagen in Semarang en het viel me op wat een prachtige stad dat is en wat een prachtige herinneringen aan de koloniale tijd nog goed worden bewaard. Zelf ben ik pas in 1964 naar Nederland gekomen en heb mijn Indonesia ervaringen van de laatste jaren, na de Merdeka tijd, nog goed in mijn geheugen. Bedankt voor Uw verhaal.

    Beantwoorden
    • 13 februari 2020 om 10:21
      Permalink

      Dat zijn belangrijke herinneringen, waar velen iets van kunnen leren. Heeft u er weleens aan gedacht ze op papier te zetten?
      met vriendelijke groet,
      Vilan

      Beantwoorden

Geef een reactie