“Het is me overkomen. Heel onbegrijpelijk.”

Bronbeek
(Foto Henk Monster, wikimeda commons)

Je hebt spoken, geesten en je hebt ook engelen. Daar heeft oud KNIL-militair Bo Keller (91) een merkwaardige ervaring mee opgedaan. Wat moet je, als er iets gebeurt waarvan je denkt: kàn niet? Het opschrijven. Bo Keller mailde me wat hij meemaakte. Hier komt zijn verhaal.


Bo Keller
Bo Keller (foto: NederlandseKrijgsmacht.nl)  

Jaren geleden was er op het landgoed Bronbeek een open dag en ook ’n imker was dan aanwezig. Maar ik had al de hele week pijnen om mijn rechterschouderblad en
uitgerekend deze nacht had ik slecht geslapen van de pijn.

Ik kon met de beste wil van de wereld geen fut vinden en bleef lekker thuis
de zielepoot uithangen. Mijn vrouw ging wel daar ze in de Kumpulan ging helpen met het eten verdelen aan de bezoekers.

In het bos

In de middag besloot ik om toch te gaan, want ik ben ook imker en ik was benieuwd
wie daar in Bronbeek  de voorstelling gaf.  De bus in, op naar Bronbeek en direct naar mijn waarschijnlijke imkercollega die in het bosgedeelte op het landgoed  ’n plekje had.

Er stonden al heel wat bezoekers omheen. Ik probeerde wat naar voren te komen
en hoorde een vrouwenstem rechts achter mij duidelijk zeggen: “Och meneer wat ’n pijn heeft U.” Ik draaide me om en zag een wat oudere blonde dame, die me heel vriendelijk toe knikte en voordat ik wat kon zeggen, zei ze: “U moet chocolaatjes eten, dan gaat het over.”

Kumpulan

Nog steeds verbaasd, mompelde ik: “Bedankt, zal het direct aan mijn vrouw zeggen” en verwijderde me om naar de Kumpulan te gaan waar mijn echtgenote bezig was.

”Zal wel wezen,” zei mijn vrouw, “welke dame is het?”
“Nou, kom maar mee, dan wijs ik je die dame aan.”
Zo gedaan. Maar nergens heb ik deze vrouw terug kunnen vinden. Ter plaatse ben ik heel goed bekend. Ik speurde overal naar haar. Nergens en nergens te vinden.
Wel kwam ik een kennis tegen, die me vroeg waarom ik me plotseling van die voorstelling verwijderde. Ik vertelde het verhaal en hij zei: “Daar stond niemand achter jou.”

Nooit meer pijnen

Om het kort te maken, ik heb direct chocolade naar binnen gewerkt en tot nu toe – ik ben nu 91 jaar – nooit meer pijnen waar dan ook gehad.

Terug denkend ben ik ervan overtuigd dat een ”Engel” mij daar aansprak. Ik ben ’n ongelovige en frons mijn wenkbrauwen als ik zo’n verhaal hoor. Maar het is me overkomen. Heel onbegrijpelijk.

Wat is de echte nassi tim? (filmpje)

nassi tim

Zeg tegen een ziek iemand: “Jij hebt nassi tim nodig,” en de ander is al half beter. Als je tenminste het goede maakt.

Nassi tim is een gerecht waar een lintje om mag, zo belangrijk is het. Goede voeding en troost op hetzelfde bord. En ook is het recept mysterieus, tenminste voor iemand als ik zonder Indische achtergrond.

Het is soep en toch ook niet.
Rijst en meer dan dat.
Het is eenvoudig maar toch luistert het weer nauw.

Daarom heb ik er deze week een filmpje over gemaakt. Ik vertel dat ik bij een oude Indische oom op bezoek was. Hij at nassi tim. Ik stelde de belangrijke vragen niet: hoe hij aan het recept kwam, wat er in ging, wanneer hij voor de eerste keer nassi tim at. Echt, als ik eraan terugdenk, kan ik mezelf wel een knal geven. Maar ik oefen zelfliefde, dus dat doe ik niet.

(lees verder onder het filmpje)

 

Eten is emotie, is ervaring, is herinnering. Kent u dat, iets van vroeger eten en dat u dan meteen weer weet: ja, dat was daar, en toen, en wie erbij waren? Dan weet u alles weer. Dat schrijft u toch wel op?

Als u niet zo goed weet hoe dat moet: op zondag 27 oktober geef ik een gratis workshop levensverhaal schrijven. Wilt u meer weten en eventueel inschrijven: klik hier en lees

Mijn eerste eetherinnering is kippensoep van oma. Ze zette een groot wit bord met een gouden randje voor me neer, en ik kreeg een enorme lepel. Dat is best moeilijk als je zes jaar bent, zo oud was ik. De geur was zoutzoet en er kwam damp uit bord. Ik kreeg het nooit helemaal op maar dat gaf niet. Die borden met gouden randje maakten ook diepe indruk op me. Nu koop ik overal en nergens serviesbordjes… allemaal met een gouden randje.

Nassi tim lijkt me heerlijk, zeker nu er de koude dagen weer aankomen. Maar klopt het recept van mevrouw Catenius dat ik in het filmpje voorlees? En kan er ook kip in de nassi tim? Wat vindt u?

Kunnen spookverhalen waar gebeurd zijn?

spookverhalen
Batavia (Wikimedea commons/Tropenmuseum)

Paul Baro schrijft zijn herinneringen op. Hij stuurde me ‘spookverhalen’. Als u ze leest, ligt u straks ook wakker, net als ik.  Ook in Nederland kan er dat vreemde gebeuren, net als in Indië. Van Paul (die de cursus Levensverhaal schrijven volgt) mocht ik drie spookverhalen publiceren. U bent een gewaarschuwd mens.

 

Oma Tien en de sirihpruim

Wie in Indië is grootgebracht heeft beslist ooit naar spookverhalen geluisterd. Spookverhalen kunnen streek gebonden zijn of hebben betrekking op een bepaalde straat of gebouw of plek. Ook zijn er de toevallige verhalen die verband houden met vreemde gebeurtenissen.
Het zal niemand verbazen dat deze gebeurtenissen in de meeste gevallen plegen plaats te vinden in de nachtelijke uren.

De verhalen werden gedeeld bij gezellige bijeenkomsten waar vrienden, ooms en tantes, al dan niet met kroost, bijeen waren.
Bij mijn opa Frits en oma Tien was het gebruikelijk dat op zaterdag na het avondeten buiten gezellig werd gekeuveld (ngobrol) onder een grote waruboom die in de tuin stond.
Wanneer de zon onderging haalde oma obat njamuk spiralen die aangestoken werden en vervolgens om de hals van een fles werden gehangen. Onder elk tafeltje werd dan zon’n fles met spiraal geplaatst. Het ging er altijd gezellig aan toe. Niet in het minst door de zekerheid dat op enig moment wel een wedang jahe venter of sate boer langs kwam. De wedang jahe, een pittige en gezoete gemberdrank, werd als opwarmer voor de frisse Yogyase avond gedronken.
Op een avond was alles opgesteld en ging het gesprek in het begin over familie zus of zo. Opa die van geroddel niets moest hebben kwam op het juiste moment met een sterk spookverhaal op de proppen. Iedereen luisterde aandachtig en de kleintjes waren intussen steeds dichter bij hun ouders gaan zitten omdat ze het eng vonden. Eigenlijk kan ik mij het verhaal van opa niet meer herinneren maar wel wat er na afloop van opa’s verhaal gebeurde.
Oma Tien keek opa enigszins tartend aan en zei dat ze hoe dan ook niet in spoken geloofde. Toeval of niet, maar net nadat oma haar mening gaf vloog er een sirihpruim door de lucht die vol op oma’s mond terecht kwam.
Nu is de sirihpruim niet bepaald fris en hygienisch te noemen, zeker wanneer er reeds op was gekauwd. De bewuste pruim was er een die goed was doorgekauwd en het rode sap (speeksel), dat zo kenmerkend is voor deze tabakspruim droop tergend langzaam van oma’s mond. Zij heeft na het gebeurde snel haar mond en hele gezicht gewassen en nooit meer haar ongeloof jegens spookverhalen geuit.

 

De heldhaftige jaga’s

Het moet omstreeks 1946 zijn dat mijn vader twee jaga’s (bewakers) had ingehuurd om het huis te bewaken. Deze bewakers werden voor de nacht ingehuurd en hoefden feitelijk alleen rondjes te lopen en alarm slaan bij onraad.
Ons huis was vrijstaand en werd aan een zijde verlicht door een straatlantaarn. Dat zou derhalve de minst interessante zijde voor eventuele onverlaten moeten zijn.
De mannen werden op maandag voor het eerst ingezet. Tegen een uur of tien kwamen ze opdagen en kregen een korte uitleg van wat er van hen werd verwacht. Nou meneer, dat is geen probleem. Maakt u zich vooral niet ongerust, wij zullen goed opletten zeiden ze heldhaftig. Na deze geruststellende woorden ging een ieder onder zeil en werd het rustig in huis. Iets na middernacht werd er opgewonden op de voordeur geklopt. Mijn pa deed, nadat hij gezien had dat beide bewakers voor de deur stonden, open. “Ada apa mas?”vroeg mijn vader. Hij had de vraag ternauwernood gesteld of beide mannen vertelden opgewonden dat ze aan de zijkant van het huis werden verrast door een boze geest. “Hoe weet je dat het een geest is” vroeg pa. “Nou meneer, we liepen aan de verlichte zijde van het huis naast elkaar toen wij ineens een groot spook dat uit het huis kwam zagen. Wij waren er zo door verrast dat we ons voorzichtig verwijderden van het spook. Maar toen we dat deden werd het groter, en hoe harder we wegliepen hoe groter het alsmaar werd”, vertelde de heldhaftigste van de twee.
Pa met de twee “helden”naar buiten om naar de plek des onheils te kijken.
Intussen was het hele gezin wakker van het tumult en waren nieuwsgierig wat mijn vader zou ontdekken. Niet veel later kwam mijn vader breed grijnzend en hoofdschuddend terug in de woonkamer en vertelde wat er naar alle waarschijnlijkheid was gebeurd.
Bij het passeren van de straatlantaan keek een van de jaga’s terloops naar de muur en waar hij een schim zag. De schim was de schaduw van hem en zijn makker. Geschrokken van de reactie van de eerste bewaker raakte de tweede bewaker in de stres en namen ze wat meer afstand van het “spook”. Doordat de mannen zich dichter naar het licht van de lantaarn bewogen werd de schaduw groter. En toen men het op een lopen zette richting lantaarn, groeide de schaduw uit tot enorme afmetingen! Zo werd een bijzonder spannend spookverhaal met simplele natuurkunde naar het land der fabelen verwezen.
De bewakers heeft pa ondanks het gebeurde, uit piëteit toch maar even aangehouden.

De geheimzinnige haji

In 1947 heeft ons gezin, in afwachting van vrijkomende woningruimte, een paar maanden bij oom Johan in Surabaya ingewoond. Oom Johan had een groot gezin, maar er kon nog een achterkamer worden vrijgemaakt voor ons.
Het voordeel van de achterkamer was dat de toiletten, de was- en doucheruimte maar ook de waterput direct onder bereik waren.
Omdat het in de ochtend altijd een drukte van jewelste was bij de douche- en mandikamer gingen mijn vader en ik ons meestal behelpen bij de waterput.
Wanneer je bij de waterput stond dan keek je aan een kant uit op de achterzijde van het huis en aan de andere kant op de achter galerij.
Op een ochtend stonden pa en ik bij de waterput onze tanden te poetsen toen mijn vader mij ineens aanstootte met de vraag of ik die haji bij de gudang (schuur) ook zag staan. Ik bevestigde dat en stelde tevens de vraag hoe die man daar ineens kwam. Pa liep naar de plek waar de haji stond om te ontdekken dat de man plotseling in het niets was verdwenen.
Bij het ontbijt werd ter verificatie aan oom Johan gevraagd of hij een haji had toegelaten tot de achter galerij. Oom Johan kon de vraag niet geheel plaatsen, dus werd hem verslag gedaan van het gebeurde. Zowel oom Johan als de overige gezinsleden stonden wat verbaasd en ongelovig te luisteren naar ons relaas, maar niemand had een haji toegang verleend tot het huis.
De hele week gebeurde er niets maar vrijdag ochtend na het gebeurde stonden pa en ik weer bij de waterput en verdraaid, ineens stond die geheimzinnige haji weer op de zelfde plaats voor de gudang. Wij zagen hem bijna gelijktijdig en pa maande mij om even stil te zijn teneinde de man goed in zich te kunnen opnemen. Nadat hij de man voldoende had bekeken stapte hij opnieuw naar de man toe. En opnieuw verdween de man in het niets.
“Dat was een geest” zei pa met grote stelligheid. De verschijning heeft zich nog drie maal gemanifesteerd en is daarna nooit meer teruggekomen.
De achtergrond van het verschijnsel hebben we niet kunnen achterhalen, maar voor mij was het wel een bijzondere ervaring. Ik was toen zes jaar.


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan hier: klik en kijk  Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.