Gedachten bij 15 augustus

15 augustus
Stichting Herdenking 15 Augustus 1945 – Indiëherdenking 15 augustus 2014, CC BY 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=39695118

15 augustus

Dat is een traditie waar ik dankbaar voor ben, al zet het een klem om mijn hart. Op 15 augustus klinkt de klok bij het Indisch monument aan de Haagse Teldersweg. Japan capituleerde. De oorlog was voorbij, maar er kwam geen vrede.

Opheffing

Wanneer het eenmaal 15 augustus is geweest, denk ik vanzelf aan 17 augustus, toen de Republiek Indonesië werd uitgeroepen, dan de Bersiap, het leven in de kampen en erbuiten, de politionele acties. De opheffing van het KNIL in 1950. Het is een onverbiddelijke keten van herinneringen aan moeilijkheden die ik niet heb meegemaakt. Ik hoorde erover van andere mensen, ooggetuigen tegen wil en dank. Zo leerde ik over deze geschiedenis, want op mijn middelbare school was Indië een onderwerp van twee minuten.

Moeders

Een oudere vriendin zei me eens dat zij en haar moeder vroeger Buitenkampers waren geweest. Ik vroeg, hoe ze aan eten kwamen. Ja, handelen, hier en daar wat proberen, er was ook honger. Jaar in, jaar uit. Dat kon ik me niet voorstellen. Tot op de dag van vandaag – en juist in deze dagen – denk ik aan de moeders, die in tijden van oorlog voor hun kinderen vertrouwen en optimisme moesten uitstralen, want dat hadden de kinderen nodig. En dan na de oorlog soms het weerzien om te ervaren: nu zijn wij andere mensen.

Backpay

Herdenken en terugblikken is de laatste jaren aan het veranderen. Steeds meer groepen mensen worden herdacht, het gaat vaker dan tevoren over verzoenen en aanvaarden. Op zich mooi. Maar ik voel daarbij ook, dat er een deken gelegd wordt over andere emoties, omdat die slecht uitkomen in de tijdgeest. Neem alleen al de Jappenhaat. Of de wrok en achterdocht ten opzichte van elke Hollandse autoriteit. Het niet kunnen of willen vergeven van anderen. De pijn die blijft over een verwoest leven; heus niet alles komt goed. En er is de kwestie van de Indische backpay nog, de plicht van Nederland om soldij en salarissen uit de bezettingstijd te voldoen. Oorlog duurt veel langer dan de jaartallen uit de geschiedenisboekjes.

Beetje pijn

Het is goed dat we hier 15 augustus hebben, met de stem van de klok. Gelukkig besteedt de televisie er ook aandacht aan, dat is een teken dat het serieuzer genomen wordt. Elk jaar weer wordt alles opnieuw uitgelegd, want iets over Indië vergeten ze hier snel. En dat doet bepaald een beetje pijn.

“We werden met open armen ontvangen” zei Ena Stok-van Es

Ena Stok-van Es   “We werden met open armen ontvangen”, zei Ena Stok-van Es. De volle zaal van het Bibit Theater joelde en lachte. Iedereen wist wat de schrijfster bedoelde: hoe koud Nederland had gereageerd op Indische Nederlanders die hier kwamen.

Ena Stok-van Es (1918-2008) is een van de leukste schrijfsters die ik ooit ontmoette. Vol herinneringen aan het Indische leven, spraakzaam, geestig en daarbij gebruikte ze heel vanzelfsprekend woorden als mieters.  Ze schreef verschillende boeken en ze werkte ook nog aan een boek dat Vriendelijk vaderland moest gaan heten – over die ontvangst dus. Dat boek is er niet meer gekomen. Jaren geleden interviewde ik haar voor de Tong Tong Fair.  Bij ons eerste gesprek had ze speciaal voor mij suikervrij hazelnootgebak gekocht. Het smaakte naar gesmolten plastic, maar voor Ena at ik het helemaal op en prees het uitvoerig, zodat ik een tweede stuk kreeg.

Oproep

Ik moest weer aan Ena denken toen ik deze oproep las van de Tong Tong Fair 2018:

Tijdens de 60e Tong Tong Fair plaatsen we de expositie ‘Naar Holland’, over de repatriëring van Indische Nederlanders. De tentoonstelling focust zich dit jaar op de periode 1952-1956, toen veelal Indo-Europese Nederlanders repatrieerden. Of was hun komst een vlucht? Ten behoeve van interviews zoeken wij Indische Nederlanders die in deze periode naar Nederland kwamen. Repatrieerde u in 1952-1956 en wilt u vertellen waarom u Indonesië verliet? Of bent u kind of kleinkind van een repatriant uit 1952-1956? Wat hoorde u thuis? Hoe heeft ú de ervaringen van uw ouders ervaren? Stuur een mail naar de samensteller van de tentoonstelling, dr. Margaret Leidelmeijer: margaret@leidelmeijeronderzoek.nl

Opname

Ena Stok-van EsWat had Ena hier geweldig over kunnen vertellen. Ze kon met humor (die een beetje pijn deed) herinneringen aan de kille ontvangst ophalen. Misschien was het juist die kilte, waardoor ze op latere leeftijd besloot naar haar geboorteland terug te gaan om daar onderzoek te doen voor de romans die ze wilde schrijven.

Had ze schrijfervaring? Ena bezat gezond verstand, optimisme en ze wist dat ze een belangrijk levensverhaal had. De kinderen waren benieuwd, al begrepen ze pas hoe een en ander zat bij het eerste boek.

Dat Ena de romanvorm koos, was goed gedaan. Zo was ze vrijer in het noteren van gevoelige passages, details die ze zich niet precies meer herinnerde kon ze in alle vrijheid aanvullen en het belangrijkste: ze had er veel meer plezier in.  Dat is te merken. De romans zijn meeslepend en spannend.

Het interview en de gesprekken die er waren,  heb ik niet gefilmd. Daar heb ik nu spijt van. Echt, dat gevoel alsof er iets in je hart wordt omgedraaid. Ik dacht er toen niet aan.  Ik durfde ook niet goed. Misschien nam ik aan, dat er altijd een ‘volgende keer’ zou komen. Dat er nog tijd genoeg zou zijn om dit en dat nog te vragen. Zo heb ik over meer mensen spijt. Die levensverhalen komen niet meer terug.

Ena Stok-van Es heeft gelukkig haar boeken achtergelaten met heel wat autobiografische elementen erin. U kent Het geurend goud van Banda toch wel?

 

Praktische schrijftip

Noteer voor uzelf de belangrijkste vragen die u heeft over de familie of uw leven. Maar een top tien, de belangrijkste vraag staat bovenaan. Wie zouden daar het antwoord op kunnen geven? Werk van de eerste vraag af naar beneden, zo weet u het belangrijkste het snelste.

Kent u misschien een knakenkind?

knakenkind
Foto H. Salzwedel, Soerabaja circa 1890 (KITLV media)

Of ik meer wist over knakenkinderen, mailde iemand mij. Nee, dacht ik verbaasd, wat zijn dat dan? Soms hoor je iets dat een begin van een groter verhaal is, en dat is zo met deze knakenkinderen.

Knaakkind

Dit was de vraag in de mail:

“Een vriend van mijn broer met Indonesisch uiterlijk vertelde plots dat zijn vader een knaakkind was. Een leuk woord. Daar moet meer achterzitten, dacht ik. Ik ben op zoek gegaan en daardoor meer geïnteresseerd in ons koloniale verleden. Ik vond wel wat over knaakkind, maar er zijn meer versies… wat weet u van een knaakkind?”

De vraag werd via Kester Freriks ook voorgelegd aan bezoekers die zijn lezing op Bronbeek bijwoonden.  Daardoor weten we al iets meer:

“Knaakkinderen zijn buitenechtelijke of voorechtelijke kinderen die van de vader een muntstuk (een knaak) kregen dat aan de moeder of grootmoeder werd gegeven die het kind verzorgde; het is niet per se gebonden aan de reis want veel van die kinderen werden niet erkend dus de reis naar Nederland was niet nodig; je zou kunnen zeggen dat met dit muntstuk de verzorging van het kind werd afgekocht.”

Rijksdaalder

Het moet een symbolische afkoop zijn want zeg nou zelf: een rijksdaalder is niks als je een kind ervan moet opvoeden. Het is wel schrijnend dat een vader zijn kind voor twee gulden vijftig wegdeed, en ook al waren de tijden toen anders, ook in die periode waren er mannen die hun vaderschap serieus namen, ongeacht of het kind buiten of binnen het huwelijk was geboren. En er waren ook echtgenotes die de voorkinderen van hun man met liefde opnamen. Niet iedereen, niet altijd, maar ze waren er wel.

Verhaal

Hoe dan ook,  het verhaal van de knakenkinderen is nog niet verteld. Zijn er kinderen of kleinkinderen van voormalige knakenkinderen, die iets meer weten?

 

Praktische schrijftip

Kent u woorden en uitdrukkingen uit Indië die met kinderen te maken hebben? Denk ook aan anak mas. Voor u misschien een vertrouwde uitdrukking maar latere generaties moeten het ook begrijpen. Schrijf ze op in een genummerd lijstje. Daarbij hoort: van wie hoorde u die uitdrukking, wat betekende het, welk gevoel had u erbij?