Wanneer de wandeling door Semarang heel kort duurt (video)

Semarang
Smabers in Semarang (foto Hein Buitenweg)

Over Semarang valt veel te schrijven, boeken vol, zeker weten. Maar Hein Buitenweg schreef een klein boek, met foto’s. Waarom zo klein?

Persoonlijk

Ik vermoed vanwege het persoonlijke karakter ervan. Hij gaat terug naar zijn jeugdjaren in de stad en schrijft zo, aan de hand van foto’s, op wat hij zich herinnert. Nog veel. Ik ben in 2008 in Semarang geweest en herinner me vooral dat ik het oude huis van mevrouw Kloppenburg bezocht, en dat er aan de overkant (Bodjongweg 80) een rommelwinkel zat waar ik wat oud Indisch geld kocht. Dus daar kan ik verder weinig over schrijven. Behalve misschien, dat ik iets geks voelde. Diep-diep in mij wist ik opeens: ‘Hier hoor ik thuis’. Raar, hè?

Tempo Doeloe

Wandelen door Semarang is een heel persoonlijk boek. We lopen met mee met Hein Buitenweg, langs de oude winkels en societeiten. Het is ver voor de oorlog. De straten ogen ruimtelijk, de huizen zijn groot, de Europeanen voelen zich veilig. Tempo doeloe is deze tijd, en die uitdrukking lijkt tegenwoordig taboe te zijn. Maar van Hein en van mij mag het. Ik vind dat hele koloniale stelsel slecht en tegelijkertijd ervaar ik een diep verlangen om te weten hoe het was, toen en daar, ook ver voor de oorlog. Indië was meer dan oorlog. Voor die tijd begint is er een andere, vol cultuur en mensen. Dat moeten we onthouden.

Over tempo doeloe zeg ik ook iets in de video:

(tekst loopt door onder de video)

Wanneer u het ook wilt lezen: vaak koop ik iets bij www.boekwinkeltjes.nl

Bemoedigen

Ik hoop u met dit stukje te bemoedigen bij het schrijven van uw herinneringen, juist als u het gevoel heeft dat u misschien niet zo veel meer weet.

Zo’n dun boekje als Wandelen door Semarang helpt ons bij het onthouden van het verleden. Heel goed zelfs. Dus ik bedoel te zeggen, dat de waarde van een boek, van een levensverhaal niet afhangt van de dikte. Wanneer u denkt, ik wil wel wat schrijven maar ik weet nog zo weinig, dan is weinig misschien genoeg. En al veel. Misschien heeft u ook wat foto’s, of krantenknipsels, of een fotoboek dat u helpt bij het herinneren. Dat kan best. Het gaat er om wat u wèl weet, daar zitten andere mensen op te wachten, in deze en volgende generaties.
(En ik wil het ook dolgraag lezen.)


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan hier door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

De 10 belangrijkste moeders in de Indische letteren (download)

tien moeders

Er zijn heel veel tantes in de Indische letteren, maar hoe zit het met de moeders? Ik dook in mijn boekenkast en maakte een lijst. Moeilijk, hoor. Wanneer u een aanvulling heeft, hoor ik het graag. En eh… doet u mee met de gratis workshop waarin u leert over uw eigen moeder te schrijven?
Klik en lees hier (u gaat dan naar een nieuwe pagina van deze site)

10 Dé-lilah over de moeder van Hugo Alvina: Mook Isa

Dé-lilah publiceerde haar meeste werk voor 1900. Ze voert ons het oude Indië in, vooral de wereld van de armere mensen. Mook Isa is Javaanse en heeft een Indische zoon, Hugo Alvina. Zijn baas is verliefd op de verloofde van Hugo. Daardoor ontstaan grote moeilijkheden, maar zijn moeder weet raad en hoe. Hier zijn moeder en zoon in overleg en dat gaat gevolg hebben:
“Mah heeft toch niet voor niets zoo veel jaren “djamoe djamoe” gemaakt, en je weet toch wel Hugo, dat iedereen vindt dat ik erg pienter daarin ben. Maar ik kan nog meer dan “djamoe djamoe” maken, ik weet ook obat, die iemand kan laten sterven.”
“En merkt men dat dan nooit? Komt het niet uit?”
Online lezen http://www.leestrommel.nl/dozijntje/pagina7a.html
Een verhaal over het recht in eigen hand nemen, wat eerst heel bevredigend is maar toch beroerd kan aflopen. Inspirerend. Waarschuwend.

9 Marie Sloot en haar moeder Louise van Haastert

Marie Sloot (1853-1927) was de eerste grote Indische romanschrijfster van Nederland, en nu is ze vrijwel vergeten. Ze schreef geweldige romans over Indië die hier en daar verkrijgbaar zijn. Wat in de romans opvalt is dat de gelukkigste relaties op de moeder-dochter relatie lijken. Dat is iets uit het leven van Marie Sloot zelf. Tegen haar zin in, moest als als jonge achttienjarige vrouw naar Nederland – haar vader repatrieerde met het gezin. Binnen twee jaar verloor ze haar moeder. Toen werd alles anders voor Marie Sloot. Het verlangen naar haar moeder zette ze keer op keer op papier in haar meeslepende Indische romans.
Zoeken en kopen: http://www.boekwinkeltjes.nl
Online lezen: http://www.leestrommel.nl/colibri/index.(1901)html
Lees online Colibri (1901) over het begaafde meisje Vera. Ook een tip: Melati’s eigen website: klik hier http://www.melativanjava.nl/ met daarop informatie over het levensverhaal dat ik van haar schreef. Vooral geschikt voor degenen met belangstelling voor Indische cultuur en die denken: waren er dan vroeger geen Indische schrijfsters? Nou, ik dacht het wel.

8 Mevrouw J. Kloppenburg-Versteegh en haar moeder Albertina van Spreeuwenburg

Na de dood van haar oudste dochter had mevrouw Kloppenburg geen zin meer in het leven. Ze kon nauwelijks aandacht opbrengen voor haar man en kinderen. Toen is haar moeder Albertina bij haar gekomen om het een en ander te zeggen. Dat ze dit leed moest gebruiken om voor anderen iets te betekenen. Dat God het zo wilde. De weg die gewezen werd, was duidelijk. Aangezien de dochter van mevrouw Kloppenburg gestorven was door een verkeerde diagnose van een westerse arts, moest mevrouw Kloppenburg zich wijden aan de studie van geneeskrachtige planten en kruiden. Dat deed ze. Het resultaat was een doe-het-zelf geneesboek dat door tallozen in Indië gebruikt is om ziekten te genezen of voorkomen. “Kijk in Kloppenburg,” werd een gevleugeld gezegde. Zo kwam er dankzij Albertina van Spreeuwenburg uit een groot verdriet toch of juist heel veel goeds voort.
Online lezen: http://www.damescompartiment.nl/kloppenburg/leven.html

7 Ems van Soest over haar moeder Emma van Angelbeek

Ems kon niet tegen haar moeder op. Emma van Angelbeek was de sierlijke, slanke en gevierde vrouw, terwijl haar dochter groot van postuur was en zich vaak lelijk voelde. In haar leven werd ze vooral verliefd op onbereikbare mannen, net of ze vond dat ze toch geen liefde verdiende. Dat kan ook het effect zijn van een mooie moeder. Er kwam nog iets anders bij. Voordat Ems geboren werd, was er een ander dochtertje geweest. Zij stierf. Daar schreef Ems over in haar artikelen voor Moesson, waarin ze terugblikte op een Indische jeugd:
“Moe en afgemat, acht maanden zwanger, snakte ze [Emma, de moeder van Ems] naar een bad en vroeg de jonge baboe, die na Carsina’s vertrek voor het kind zorgde, om op Nonnie te passen. Margootje had de pop, die ze met haar verjaardag gekregen had, in een slendang gedaan en wiegde die onder het zingen van “nina, nina bobo”. Ze liet de pop ruiken aan de bloembakken toen Emma in de badkamer verdween. Heerlijk, dat water waarmee ze zich siramde…..
Online lezen: http://www.damescompartiment.nl/ems/zusje.html

6 Maria Dermoût over mevrouw van Kleyntjes

In De tienduizend dingen (1955) staan verschillende verhalen, die elkaar raken. Mevrouw van Kleyntjes verschijnt in ‘De tuin Kleyntjes’. Ze woont op een eiland in de Molukken, waar ze ieder jaar op de sterfdag van haar zoon hem herdenkt. Himpies is gesneuveld bij een militaire expeditie.
Het verhaal gaat over het leven van deze mevrouw, en over verlies en verlangen, en over de nabijheid van de degenen die gestorven zijn. Er is mystiek. Menselijke emoties. Een dieper inzicht in de samenhang van tienduizend dingen.
Kopen: https://www.bol.com/nl/f/de-tienduizend-dingen/9200000040899979/
Geschikt voor iedereen die troost zoekt bij verlies en woede. Wordt sterker bij herlezing.

5 Yvonne Keuls in mevrouw mijn moeder (2006)

In deze roman die voor het grootste deel autobiografisch is, vertelt Yvonne over haar moeder, en daarmee over zichzelf. Wat betekent het, om hier in Nederland dochter te zijn van een Indische moeder? Dat is het onderliggende verhaal in dit boek. Een fragment:

Ze zeggen dat je leven als een film aan je voorbijgaat als je sterft. Ik weet nu dat dat ook gebeurt als iemand sterft met wie je verbonden bent. Toen mijn moeder stierf, trokken de duizend moeders die zij op duizend verschillende momenten was, aan mij voorbij. Ik nam niet alleen afscheid van haar oude lichaam, maar ook van mijn leven voor zover het aan het hare verbonden was, en vooral van het kind in mij, dat zij koesterde, zelfs toen dat kind in mijn volwassenheid verloren dreigde te gaan. Zij wist het feilloos op te sporen eneen naam te geven – ‘Nu ben je weer een mokkend kind…’– en soms wist ze het terug te vinden in mijn kinderen –‘Nooit ergens mee eens, altijd het laatste woord, net als je moeder vroeger.’
Kopen: https://www.bol.com/nl/f/mevrouw-mijn-moeder/30008530/
Of beter nog bij de plaatselijke boekwinkel.
Bij uitstek een boek voor dochters, die niet zeker weten hoe Hollands of hoe Indisch ze zijn, en wat dat dan precies is.

4 Mevrouw van Leeuwenburg en haar zoon Fernand

Fernand is een Indische jongen die zowat ten onder gaat aan de sterke Indische vrouwen in zijn leven. Tegen zijn moeder kan hij helemaal niet op, en dat ligt ook aan haar. Ze houdt zo veel van hem, dat ze hem niet wil loslaten en zeker niet voor een geliefde. Mevrouw heeft haar eigen tragische geschiedenis in Indië gehad, maar of dat alles rechtvaardigt?
Melati van Java schreef met Fernand (1874) een van de eerste Indische romans vol interessante Indische vrouwen, en met een veel te intensieve moeder-zoon verhouding. Hoezo loslaten? Mevrouw van Leeuwenburg houdt hem vast.
Online lezen: http://www.leestrommel.nl/fernand/index.html
Kopen: https://www.bol.com/nl/c/java-melati/3171093/?lastId=24410
Een roman voor iedereen met belangstelling voor zelfstandige Indische vrouwen, en ook geschikt voor schoondochters die soms met twijfel naar hun man kijken.

3 Wies van Groningen over haar moeder Clara Hukom

Wanneer Clara Hukom met een Hollandse militair wil trouwen, vraagt ze haar voorouders om toestemming. Er is immers veel gebeurd in Atjeh. Het mag. Wies beschrijft hoe gelukkig haar moeder was met Barend Metaal, maar ook dat Clara haar afkomst nooit vergat. Zij kwam op voor haar eigen mensen in Atjeh, dwars tegen het Hollandse gezag in. En zij won. Een indrukwekkend verhaal over een vrouw met een groot hart en een ijzeren ruggengraat.
Online lezen: De Afstraffing
http://www.leestrommel.nl/afstraffing/index.html

De stilte trof haar. Het kampement was nooit lawaaiig, maar er waren toch altijd de geluiden van mensen die er leefden en werkten.
Ze wist niet goed wat te doen, mijn moeder. Geneerde zich een beetje. Wat wilde ze nu eigenlijk? Liep dan naar het kantoor van mijn vader. Alleen de betaalmeester was er, zag ze. Een Ambonees.
‘Oom Riebock’ – want onder elkaar worden oudere Ambonezen met oom (of tante) aangesproken.
‘Ada apa? Wat is er aan de hand?’
‘Weet mevrouw dan niet?’
Ideaal voor degenen die wil weten hoe een vrouw destijds in militair Atjeh leefde, en wat zij wel en niet kon doen (en toch deed).

2 Lin Scholte over haar moeder Djemini

Lin Scholte had een Hollandse vader en een Javaanse moeder. Wat Lin over Djemini schreef, is nieuw en anders dan in de meeste boeken over het kazerneleven in Indie. Djemini was uit eigen verkiezing de njai (muntji) van Piet. Zou hij niet bevallen, dan ging ze weg. Een vrouw die zelfstandig was, zorgzaam en intelligent. Met andere woorden, niet elke njai was een slachtoffer. Djemini besliste over haar eigen leven. In Anak Kompenie (1965) tekende Lin Scholte een indrukwekkend portret van deze tangsi-vrouw, haar moeder, Djemini.
Kopen: biografie met verzamelde romans: https://www.bol.com/nl/p/verzamelde-romans-en-verhalen/1001004006481715/
Uitermate geschikt om te lezen wanneer u niet gelooft dat elke njai een slachtoffer was. (En dat was dus ook niet zo)

1 Het levensverhaal van uw eigen moeder

Ja, uw eigen moeder staat op nummer één. Of ze nu een engel van liefde was, of dat u in uw leven haar oorlogservaringen moest dragen met alle gevolgen van dien, uw moeder heeft een belangrijke invloed op uw leven. Weet u wie ze zelf was? Heeft u met haar over vroeger gepraat? Misschien heeft u nog meer herinneringen dan u denkt. Wanneer u kind bent van een bijzondere moeder, is het belangrijk om haar levensverhaal te bewaren. Voor uzelf en voor de volgende generaties. Dat is gemakkelijker dan u denkt. Begin maart geef ik online een workshop waarna u meteen aan de slag kunt. Hier kunt u meer lezen en zich opgeven:

https://www.indischeschrijfschool.nl/gratis-workshop-over-mijn-moeder-maart-2020/

En lukt opgeven niet? Mail me even, dan maak ik het in orde.

Klik hier en dowload het top tien lijstje: de 10 belangrijkste Indische moeders in de literatuur download

 


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan hier: klik op het plaatje voor de inschrijfpagina. Bij inschrijving krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Rudy Hartung: Onze laatste jaren in Semarang, 1951-1955

Semarang
Heuvelschool 1951-1952, 5e en 3e klas. Ik zit op de voorste rij 7e van links. Onze onderwijzeres heette mevrouw Schallies.

Rudy Hartung schrijft over zijn jeugd en hij weet nog veel van toen. Gelukkig had hij ook foto’s. Voor de familie heeft hij er een boek van gemaakt. Ik mocht het vijfde hoofdstuk publiceren. Terima Kasih, Rudy!  Het is een heerlijk en een lang hoofdstuk.

 


 

Wat vooraf ging

Terug gekomen in Semarang, moesten mam en pap het belangrijkste besluit voor hun toekomst nemen. In Indonesië blijven en met het gezin de Indonesische nationaliteit aannemen. Of te kiezen om naar Nederland te vertrekken.
Pap heeft niet lang daarover hoeven na te denken. Wij gaan naar Nederland. Het hoefde niet meteen, want hij kon nog een paar jaar bij de BPM blijven om zijn pensioen nog wat verder te kunnen opbouwen. Later in Nederland zou het zijn SHELL pensioen worden. Peter, Carla en John waren nog heel jong. Zij zullen, denk ik, zich heel weinig kunnen herinneren over onze laatste jaren daar in Semarang.

Op de scholen werd het onderwijs in de Nederlandse taal niet meer toegestaan. Er was een overbruggingsperiode ingevoerd. In Semarang konden wij tot ons vertrek (1955) speciale Nederlandse scholen bezoeken. Ook werd de Indonesische taal als les ingevoerd.

Hereniging met de familie van mam

Semarang, 1952

Gedurende die laatste jaren in Semarang, heb ik voor het eerst met de Kribben’s familie uit Surabaya kennis gemaakt. Zij kwamen naar Semarang. Het was een soort van reünie van de Kribbens. Het waren oom Sjuul Kribben met tante Noy en dochter Liek. En tante Zus Kribben met oom Ros.
Alleen oom Ed Kribben en tante Eef, die ook in Surabaya woonden, kwamen toen niet naar Semarang Pas veel later hoorde ik over de breuk die tussen tante Eef en tante Ton was ontstaan, gedurende de jaren van de Japanse bezetting.
Oom Sjuul had toen al besloten om met zijn gezin voorgoed in Indonesië te blijven. Hij had een goede baan bij de ANIEM. En na zijn pensioen zou hij naar een koele bergstreek vlak bij Malang verhuizen. Het was tegelijk ons afscheid van oom Sjuul, tante Noy en Liek. Al mijn andere tantes Kribbens, zoals tante Dé, tante Troel en ook tante Bet met oma Kribben, waren intussen al naar Nederland vertrokken. Ik kende tante Dé en tante Troel nog niet.

“Ik heb daar niets te zoeken in het koude kikkerland van Nederland” vertelde oom Sjuul mij, toen ik met hem, veel later, kennismaakte in Nonggojajar.

Hereniging met de familie van pap

Tante Martha en haar beide kinderen Kees en Wanda waren intussen, zo eind 1945 begin 1946, naar Nederland vertrokken. Alleen Tante Troel zat nog in Semarang. Ik heb met tante Troel in Semarang voor het eerst kennis gemaakt. Toen wij van Padang terugkwamen. Zij woonde aan de Andongweg. Zij was directie- secretaresse op het kantoor Prauwenveer in Semarang. Ook zij had besloten om naar Nederland te vertrekken. Een paar jaar voor ons, vertrok tante Troel naar Nederland. In 1955, toen wij in Nederland kwamen, heb ik voor het eerst met tante Martha, Wanda en Kees kennis gemaakt.

Terug in Semarang

Gedurende deze laatste jaren in Semarang, zullen mam en pap zich ongetwijfeld vaak hebben afgevraagd, hoe het daar zou zijn in Nederland. En hoe hun verder leven daar zou verlopen, verweg van hun geboorteland. Zij waren stellig ervan overtuigd dat zij met ons, in Nederland een betere toekomst zouden hebben. Er moet een keuze worden gemaakt. Zoals alle Indische Nederlanders, heeft pap, zowel op sociaal en politiek gebied, zich altijd voor 100% op Nederland afgestemd. Op een samenleving gebaseerd op ‘westerse normen en waarden.’ Hij heeft zich goed gerealiseerd, dat het Nederlands Indië niet meer bestond. Zijn Indië was Indonesië geworden. Het was daarom, zowel voor pap als mam, vanzelfsprekend, om naar Nederland te verhuizen. Pap kon op een heel fijne werkperiode terugblikken bij de BPM. En op de gelukkige jaren samen met mam. En beiden konden op hun jeugdjaren terugblikkken, van het Nederlands-Indië van ver vóór de oorlog.
Maar ongetwijfeld zullen mam en pap, diep in hun hart, de pijn hebben gevoeld. Over het vooruitzicht dat zij weldra hun geboorteland voorgoed moesten achterlaten. Hun Java waar zij hun jeugd hebben doorgebracht. Maar zij hebben voor Nederland gekozen. Hun verdere toekomst lag daar in Nederland. Een Nederland dat zij alleen kenden, van wat zij op school erover hadden geleerd. Over de Nederlandse Vaderlandse Geschiedenis of de Aardrijkskunde van Nederland met haar 11 provincies. Maar over de geschiedenis of cultuur van Indonesië, daar werd op de Nederlandse scholen in voormalig Nederlands Indië niets over geleerd. Zo was het toen in die tijd.

Gedurende onze laatste paar jaren in Semarang hebben wij op Tjandi Baru gewoond. Wij hebben daar altijd in huurwoningen gewoond. Eerst voor een korte tijd aan de Merapiweg no 13. Waar oma Frank woonde. En ook juffrouw Lien. Het huis is verbouwd en het is een prachtige woning. Carla wordt in 1951 geboren wat later in 1953 is John geboren. Beiden in het St.Elizabeth Ziekenhuis.
Dit ziekenhuis wordt als het beste ziekenhuis van Semarang beschouwd.

Oma Frank had haar hond Molly, die graag glijbaantje speelde op een grashelling in de voortuin. Zij ging op haar buik liggen en gleed zo met haar voorpoten vooruitgestrekt, de heuvel af. Zo’n leuke hond was Molly. Zij leek op Mitsy. Maar Molly had een wat rossige vacht en zij was veel dikker.

Een buurman had een grote kooi met enkele pythons. Mam vond het maar eng. Er was natuurlijk best wat risico dat een python zou ontsnappen. Python is overigens geen giftige slang. Het is wurgsang!!! Dus toch wel uitkijken als je er eentje tegenkomt.

Semarang
Merapiweg 13

Merapiweg 13, Semarang (2019)

Daar aan de Merapiweg ook geleerd om nóóit meer op vogels te jagen. Ik had een katapult en ik schoot toen een mus naar beneden. En ik had toen meteen zoveel spijt erover. “Nooit meer zoiets doen Rudy”, zei mijn geweten. Dus die katapult heb ik nooit meer voor vogels gebruikt. Alleen om op een fles te mikken. Of om een mangga uit de boom te schieten.

Een wijze les van pap. Op een middag kwam ik thuis met een grote tros pisang’s. In de sawah’s achter het huis gevonden. En dacht “Hééé lekkere pisangs” De tros toen naar huis gesleept. Maar zo tegen eind van de middag, kwam een Javaanse boer naar ons huis. En wou pap spreken. Hij vroeg of er misschien iemand bij ons een tros pisangs van de sawah naar huis had meegenomen. Hij had het spoor gevolgd van de pisangtros, die ik naar huis had gesleept. Het was pap meteen duidelijk wat er aan de hand was. Eerst zijn excuses aangeboden over het gedrag van zoon Rudy. En toen gevraagd wat de kosten waren van de pisang’s.
Pap zal de Javaan een ruime vergoeding hebben gegeven voor de bananen. Zodat de man geen financiële schade had. En zij hebben daarna elkaar de hand geschud. En het probleem was daarmee opgelost. Pap heeft het volkomen correct afgehandeld. Op een goede manier heeft hij het met de Javaanse boer in orde had gemaakt.

Pap heeft mij even apart gesproken en uitgelegd dat het een goede les voor mij moest zijn. Om nooit iets ongevraagd, zoals pisang of cassava of wat maar ook, uit de sawah’s te halen. Of het moet je worden gegeven. Zoniet dan moet je ervoor betalen. Want je benadeelt iemand. Er is niets gratis in de wereld.

Sinds ik op Java woon, besef ik dat pap goed op de hoogte was, hoe je met de Javaanse bevolking moest omgaan.Het wederzijdse respect dat je voor elkaar moet hebben. En vooral je verontschuldigen als je iets verkeerds heb gedaan.

 

Sunarioweg 11, Semarang

SemarangNa een half jaar of zo zijn wij naar de Sunario weg 11 verhuisd. Het is dezelfde buurt van de Merapiweg. Wij konden van de familie Strausz het huis overnemen, die naar Nederland zou vertrekken. Wij namen ook hun 2 honden Flip en Flap over. Zo was het toen, het was vanzelfsprekend. Het huis waar wij gewoond hebben, staat er nog steeds in oorspronkelijke vorm zoals toen! Het huis staat te koop. Het zal zeker verbouwd worden. Het huis van onze buren de familie Young staat er niet meer. Er komt een nieuw huis te staan.

Aan de Sunario weg hadden we familie Young als buren. Wij hadden leuke contacten met de familie Young en de kinderen Tjali, Mary, Jany en hun jongste broer Freddy. Zij zaten ook op de Heuvelschool. Maar Freddy was natuurlijk nog erg klein. En onze “buren” aan de andere kant waren de geesten van een Moslim begraafplaats. Aan de overkant woonde de familie Sneeuwjacht. Met hun 2 zoons, die de leeftijd van Peter hadden. En weer wat verder, naast de familie Young, woonde het gezin Ossenbrugge. Alle buren waren Indische Nederlanders. Allemaal ook met het plan om Indonesië te verlaten. De familie Sneeuwjacht zou naar Australie emigreren.

Achter het huis, is een diep dal gelegen. En waar beneden een kali stroomt. Aan de overkant van die kali gaat het weer omhoog, naar een kleine desa. De desa waar onze bediendes woonden. De hellingen in dat dal waren vol begroeid met pisang, ketela, singkong, papaya en katjang. En van achter het huis, kijk je uit op de berg Ungaran.

De familie Young

Mevrouw Young was een Javaanse vrouw. Zij was een prinses van één van kraton’s op Midden Java. Zij kwam uit een goed Javaans milieu. Er stond ook een piano bij hun in huis. En mevrouw Young speelde piano, klassiek muziek! . In Semarang had de familie Young een busbedrijf. Tjali en Jany heb ik later ontmoet tijdens een Heuvelschool reünie. Oudste dochter Mary is naar Amerika geëmigreerd. Zowel Tjali als Mary zijn beiden overleden.

In die tijd had ik veel last van puistjes op mijn gezicht. “Oh Ruud dat is akné,” zegt buurvrouw Young. Dus jeugdpuistjes. “Kom maar langs, dan behandel ik jou wel met Oevéé”, zegt zij. En gratis hoor! “Wat is dat mevrouw Young, Oevéé?” vraag ik. Oh even kijken Ruud. Mevrouw Young studeerde toen voor schoonheidsspecialiste. En buurvrouw Young bladert in de gebruiksaanwijzingen van de Oevéé. “Oh Ruud, hier staat het. Ultraviolet stralen!” Dus ik was haar proefkonijn voor Oevéé bestraling. En toen heeft zij mij regelmatig met Oevéé bestraling behandeld. Totdat ik van al mijn puistjes was verlost. Zo’n leuke herinnering aan buurvrouw Young, een prinses van een Kraton. Later heb ik mevrouw Young nog eens bezocht, toen zij in Amersfoort woonde.

Teruggekeerd naar Indonesië, heb ik met Tjali (Charles) Young heel goede contacten gehad. Tjali was onderwijzer in Amsterdam. Maar hij besloot dat beroep op te geven. Hij had genoeg van de brutale jeugd. En hij opende in Noordholland een groot tuincentrum. Toen hij besloot om met bamboe produkten uit te breiden, heeft hij met mij contact gezocht. Jarenlang heb ik voor Tjalie de inkopen gedaan, voor bamboe-stammen en bamboe- tuinhuisjes.

Heuvelschool

Semarang
Derde klas Heuvelschool, Semarang 1951-1952

Met een reünie Heuvelschool bij neef Paul de Rooy, heb ik Tjali en Jany en Edmé, Nel, Paulien en nog andere oud Semarangers ontmoet. Zoals Hans van der Linden. Die geweldig goed kon tennissen. Wij verloren allemaal van hem! Vroeger in Semarang

Gedurende de lange schoolvakanties gingen Paul en ik vaak met oom Hein mee. Voor een dagtocht. Naar plaatsen zoals Tegal, Pekalongan, Kudus, of Rembang. Allemaal plaatsen aan de Noordkust van Midden Java. Oom Hein werkte voor de Internatio Semarang. Hij was hoofd van de inkoop afdeling. En moest voor zijn werk regelmatig zijn Chinese contactpersonen bezoeken, bij wie hij de inkopen deed voor allerlei Indonesische kruiden. Het was altijd erg gezellig. Een heel mooie herinnering aan oom Hein is dat hij tijdens het rijden graag zong. Paul en ik probeerden mee te zingen. Of wij neurieden zo’n beetje mee. Maar het was natuurlijk ook bedoeld om oom Hein wakker te houden.

Semarang
5e en 3e klas. Ik zit op de voorste rij 7e van links. Onze onderwijzeres heette mevrouw Schallies. Tjali helemaal rechts achterste rij. Mary precies in het midden achterste rij.

Met Ilse, Joyce en Paul heb ik altijd ontzettend gezellige jaren beleefd. Gedurende die jaren daar in Semarang , trok ik veel met hen op. En heb daar ontzettend veel fijne herinneringen aan overgehouden.

Ballenjongens

Op de tennisbaan naast het huis aan Tjandi Baru, waar oom Hein en tante Ton woonden, hebben wij met Ilse, Joyce en Paul, héél veel uren op de tennisbaan doorgebracht! Wat waren wij fanatiek. Wij speelden meestal zo vroeg als mogelijk in de middag. Zolang tante Ton, oom Hein en hun buren het echtpaar de Jong, nog hun middagrust hielden, konden wij lekker spelen. Maar wat later, na hun middagrust kwamen de ‘oudjes’ naar buiten. En jawel. Met hun tennisracket in de hand. En met ‘weg zwaaiende’ gebaren, werd het ons duidelijk gemaakt, dat wij van de baan af moesten

Semarang
Paul en ik waren meestal de ballenjongens. Het was best vermoeiend, om al die misgeslagen ballen van de ‘oudjes’ op te halen. Maar nog erger was het, als er een bal over het hek van de tennisbaan was geslagen. En dát gebeurde regelmatig. De bal die ergens in de voortuin moest liggen moest natuurlijk steeds worden opgehaald. Maar nóg vervelender was het, als de ‘oudjes’ de bal in de tuin mikten, van de buren. In de tuin van de Chinese familie Khoe. Want dan moest er écht naar de bal worden gezocht. Tussen al die bomen en struiken, in de tuin van de familie Khoe.
Best vermoeiend was dat voor Paul en mij. Dus wij af en toe, even uitrusten onder een boom. Of soms soeten, wie die bal uit de tuin van de familie Khoe moest zoeken. Maar vaak gingen wij samen zoeken.

Wij zijn voor een weekend bij de familie Wennekes in Salatiga geweest. Van Salatiga is het niet zover naar het bergplaatsje Kopeng. Het is een kleine desa gelegen op de berghellingen van de Merbabu. En waar je kunt zwemmen of wandelen. Wij zwommen in het ijskoude water van het zwembad.

Ik kom regelmatig in Salatiga. Het is voor een bezoek aan mijn tandarts mw.Wiwik. Ontzettend aardig mens. Ben al meer dan 20 jaar haar patient. Ik logeer dan voor een paar dagen in Salatiga. In het busje tussen Magelang en Salatiga is het altijd erg gezellig druk. Altijd vol met vriendelijke en heel nieuwsgierige vrouwen. Met hun manden vol met groenten voor de pasar. Sommigen komen met lege manden. Zij gaan weer naar huis. Ook een enkele keer met een heel vriendelijke djamu verkoopster, die mij altijd een glas koenjit drank (curcuma) aanbeveelt. En met zo’n tocht, op de berghelling van de Merbabu, tussen Magelang en Salatiga kom je langs Kopeng en langs nog veel andere desa’s.

Toko Oen

Semarang
Toko Oen

Vanuit Solo, in de richting bergen, gaat er een weg naar het bekende bergplaatsje Tawangmangu. Wij hebben daar eens een vakantie gehouden. Om van de koele lucht te genieten. Paul is met ons meegeweest. Je kunt er paardrijden, zwemmen of wandelen. Het is nog altijd een bekende vakantie plaats. Als je van Tawangmangu doorrijdt en van de andere kant van de berg naar beneden rijdt, dan kom je bij het bergplaatsje Sarangan. Oók een heel bekende vakantieplaats. Vooral bekend door het meer en de waterval. Vroeger had het de naam ‘Klein Zwitserland’

Toko Oen van Semarang. Aan de Bodjongweg. Waar je heerlijke ijs kunt eten. Met zo’n 30 soorten ijs. Aardbeien ijs, chocolade ijs of mocca ijs en nog veel andere soorten Italiaans ijs. Toko Oen is nog altijd het bekende en druk bezochte restaurant in Semarang voor Europese gerechten. Zoals wienerschnitzel, biefstuk, spaghetti en zelfs bitterballen. En van die heerlijke cocoskoeken en schuimpjes in kleuren. Wel erg zoet!

Voorbereidingen vertrek Nederland

Pap is gedurende de laatste jaren in Semarang behoorlijk druk geweest. Met allerlei voorbereidingen voor het vertrek naar Nederland. Er moest een vendutie worden gehouden voor de verkoop van onze meubels. Ook moest een grote jati houten kist worden besteld. Voor al onze spulletjes. Natuurlijk moesten ook de oelekan en de wadjans van mam mee! En pap druk met allerlei reisdocumenten. Zoals paspoorten. Want mam en pap hadden immers nog geen paspoorten? Wij waren nog niet eerder in het buitenland geweest. In die tijd ging je niet even met vakantie naar Nederland of naar het buitenland! Maar er was een Nederlandse Consul in Semarang. En pap hoefde niet helemaal naar de Ambassade in Jakarta toe.

Een poosje voor ons vertrek, is de kist vol met onze spulletjes,
per boot naar Nederland gestuurd. Naar het adres van oom Sjaak Zijlstra. Wij zouden de kist wat later volgen.
Het was al bekend dat Apeldoorn onze woonplaats zou worden. Omdat oma Anna Kribben en tante Bet daar woonden. Bij tante Troel Zijlstra en oom Sjaak.(Aan de Strauszlaan)

Bijzondere kist van Jatihout

Pap heeft die kist, aan meneer Punt gegeven. De aannemer die ons huis aan Chopinlaan had gebouwd. Vele jaren later sprak pap met meneer Punt. Meneer Punt vertelt dat hij heel verbaasd was over de houdbaarheid van dat hout. Hij had de planken van de kist als vloer in zijn tuin gelegd. Tot zijn verbazing was het hout na al die jaren, nog steeds niet vermolmd of door houtworm aangetast! Pap heeft meneer Punt uitgelegd dat jati hout één van de hardste houtsoorten is. Het wordt ook ijzerhout genoemd. Het is te hard om door houtworm te worden op gegeten.
Ik had gemengde gevoelens. Ik vond het aan de ene kant heel spannend om naar Nederland te gaan. Maar vond het ook niet leuk om alles achter te laten. Ik had geen flauw idee wat voor een stad “Aapeldoorn” was. Ik dacht in mijn onnozelheid dat er apen in de bossen van “Aapeldoorn” zaten. En gek toen veel later bleek, dat het toch wel iets klopte. Met de Apenheuvel van Berg en Bos.

Onze laatste schooljaren

Terug van Padang werd ik in de 5e klas geplaatst. Met een flinke achterstand, opgelopen in Padang. En ik bleef prompt zitten. Dus een jaar overdoen. In de zesde klas ging het beter. Bij meneer Sluiters. Toen naar de MULO. Ook Vonny heeft na de zesde klas op die MULO gezeten. !e en 2e klas. Het was er best gezellig. Veel lol gehad met onze klasgenoten. Ik denk aan Annelies Loemij, Guus van Huut, de twee broers Arthur en Edward Houwert en Jan Krancher. Van Jan Krancher weet ik dat hij naar California is geëmigreerd. Er zijn veel Indische families naar California vertrokken, omdat zij Nederland toch te koud vonden.
Afscheid van Semarang. Mam en pap zullen vast en zeker verdrietig zijn geweest over het komende afscheid van Semarang
en van Java. Maar ongetwijfeld waren hun gedachten ook al bij Nederland Waar zij nog nooit eerder waren geweest. Hun vertrek uit Indonesië is voor hen beiden een voorgoed afscheid van hun geboorteland geworden. Mam en pap zijn nooit meer naar hun geboorteland teruggekeerd. Ik heb mam en pap, in de jaren 70, wel eens gevraagd, om eens een keer met ons mee te gaan, naar Java.
Maar zij zagen het niet zitten. Blijkbaar hadden zij er geen behoefte meer aan. Het was een afgesloten deel van hun leven. Maar zij vonden het altijd leuk als zij de dia’s of foto’s van de Indonesië -vakantie zagen.

Afscheid van de Sunarioweg

Het moment brak aan dat wij afscheid van al onze buren moesten nemen, de familie Young, de familie Sneeuwjacht van de overkant, En afscheid van onze bediendes. Elk afscheid doet pijn. Wij, Vonny, Edith en ik waren nog te jong om ons goed voor te stellen wat het zou betekenen, om Indonesië achter te laten. Alweer moesten wij onze honden achterlaten, Flip en Flap. Zij zouden door de familie Young worden verzorgd. Allemaal waren wij verdrietig. Wij hebben ons goed gehouden. En zo ging het toen, het was vanzelfsprekend.

Semarang
Hoe oud waren wij toen? Pap was bijna 50 jaar en mam 39 jaar; Vonny moest 18 jaar worden; Edith moest 13 jaar worden; Peter was 7 jaar; Carla moest 4 jaar worden: John was 2 jaar; En ik was 15 jaar.

Medio Augustus 1955 zijn wij met de KLM naar Nederland vertrokken. En op 15 augustus 1955, zijn wij op Schiphol aangekomen.


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikke. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

levensverhaal